Er is veel te winnen in de kliniek op technologisch gebied, stelt prof. dr. Misha Luyer, oncologisch chirurg in het Catharina Ziekenhuis, Eindhoven, en hoogleraar Health Technology in Oncological Surgery aan de TU/e, in zijn oratie. “Wees niet bang om te worden vervangen door nieuwe technieken of artificial intelligence, maar omarm ze om de zorg verder te brengen.”
“We zijn van ver gekomen in de oncologische chirurgie”, zegt Misha Luyer. “Inmiddels doen we bijna geen operaties meer zonder neoadjuvante chemotherapie of chemo-radiotherapie. Daarnaast kent het vakgebied veel technologische verbeteringen, zoals het gebruik van minimaal invasieve chirurgie en operatierobots. Optimaliseren van de operatie-uitkomsten geeft minder complicaties op de korte termijn, wat op de lange termijn positieve uitkomsten geeft voor de patiënt.”
Toch vinden technologische verbeteringen die we in het dagelijks leven al gebruiken hun weg maar langzaam naar de kliniek, zegt Luyer. “We hebben bijna allemaal een smartphone, mijn zoon kan dezelfde game spelen op meerdere soorten computers en we gebruiken ChatGPT. Maar in het ziekenhuis gebruik ik nog een telefoon en sein van bijna twintig jaar oud, kunnen EPD’s niet met elkaar communiceren en lukt het ons nog steeds niet goed om beelden naar elkaar te versturen.”
Algoritmes
Dat moet anders om de zorg klaar te maken voor de toekomst, stelt Luyer. In zijn functie als hoogleraar werkt hij daarom aan de implementatie van technologie in de dagelijkse praktijk, met name bij de behandeling van alvleesklier-, slokdarm- en maagkanker. Zo heeft Luyer samen met de e/MTIC (Eindhoven MedTech Innovation Center)-onderzoeksgroep, een samenwerkingsverband tussen onder andere het Catharina Ziekenhuis, de TU/e en Philips, een algoritme ontwikkeld dat op basis van CT-scans alvleesklierkanker kan herkennen.
“Belangrijk bij het gebruik van AI en algoritmes in de kliniek is dat zorgprofessionals leren te vertrouwen op het proces en inzicht krijgen in de achtergrond van de gegenereerde uitkomsten”, zegt Luyer. “Veel algoritmes zijn klaar voor gebruik, maar passen nog niet in de klinische workflow. De interface en mogelijkheden om de AI te beïnvloeden moeten op een passende manier worden aangeboden. Als we dat voor elkaar krijgen, stijgt het vertrouwen vanzelf.”
Marginal gains
Ook het actief bevorderen van het herstel na een operatie is onderhevig aan technologische vernieuwing. Luyer onderzoekt al jaren de beïnvloeding van de afweerreactie na een operatie door stimulatie van het autonome zenuwstelsel. Samen met collega’s heeft hij laten zien dat stimulatie van de miltzenuw ook bij mensen veilig en haalbaar is, en leidt tot lagere ontstekingswaarden in het bloed.
“Een operatie is als meedoen aan een marathon”, zegt Luyer. “Hoe beter je conditie, hoe sneller het herstel. Maar net als een intensief sportevenement hoort bij een goede conditie meer dan alleen voldoende beweging. De voedingstoestand, optimaal medicijngebruik en verwachtingsmanagement spelen elk een rol van betekenis. Ook nieuwe technologieën, zoals minimaal invasieve chirurgie of neurostimulatie, leiden elk tot een sneller herstel. Ik geloof niet in de heilige graal, maar in het principe van marginal gains: de winst van al deze kleine factoren bij elkaar opgeteld.”
Ondersteuning
In de komende tien jaar zullen allerlei nieuwe technieken, waaronder toepassingen van AI, definitief hun weg vinden naar de kliniek, voorspelt Luyer. Hij gelooft daarbij in ondersteuning, niet in vervanging, van zorgpersoneel. “We staan op een punt waarop dit soort technologie exponentieel gaat groeien. Ik maak me er geen zorgen over dat mijn baan op de tocht staat. We willen ook niet dat operaties volledig door een robot worden overgenomen, maar blijven er als artsen op toezien.” Daarvoor is het goed, vindt de hoogleraar, om zorgbrede regels af te spreken. “We moeten vermijden dat we een soort toeslagenaffaire in de zorg krijgen. In het geval van een algoritme moet dit met de tijd en nieuwe inzichten ontwikkelen, zodat het zo vaak mogelijk de keus maakt die het beste is voor de patiënt. Maar er spelen altijd meer dingen mee op de achtergrond die alleen een getrainde zorgprofessional kan meewegen.”
Samen met andere technologische ontwikkelingen kan AI de zorg verder brengen, denkt Luyer. Hij adviseert zorgprofessionals niet te doemdenken, maar deze ontwikkelingen positief in te zien. “Door de vergrijzing en de stijgende incidentie van kanker wordt ons werk de komende tijd alleen maar intensiever. Om iedereen passende zorg te kunnen blijven bieden en verder te komen, moeten we de technologie omarmen.”
Drs. Koen Scheerders, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2024 vol 15 nummer 4