Prof. dr. ing. Coen Hurkmans is sinds vorig jaar hoogleraar Klinische fysica in de radiotherapie aan de Technische Universiteit Eindhoven en zal op 7 juni 2024 zijn intreerede houden. Daarnaast werkt hij al geruime tijd als klinisch fysicus in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, waar hij onder andere innovatieve technieken voor de radiotherapie ontwikkelt, toetst en implementeert. “Als klinisch fysicus ben je nauw betrokken bij de ontwikkeling en implementatie van medische technologie en probeer je tevens een brug te zijn tussen de medisch specialist en de industrie.”
Coen Hurkmans’ interesse in de klinische fysica, de radiotherapie in het bijzonder, werd gewekt tijdens zijn hbo-stage op de afdeling Radiotherapie van het Instituut Verbeeten in Tilburg. “Vervolgens studeerde ik natuurkunde aan de Universiteit Utrecht en volgde daarvoor als afstudeeropdracht een stage bij de afdeling Radiotherapie van het universiteitsziekenhuis van Lund in Zweden. Deze stage versterkte mijn interesse voor de klinische fysica en radiotherapie en bracht me ertoe om in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam een opleiding tot klinisch fysicus te volgen. In deze periode kreeg ik veel mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek en raakte ik betrokken bij de European Organisation for Research and Treatment of Cancer (EORTC). Ongeveer anderhalf jaar daarna rondde ik ook mijn promotieonderzoek af over radiotherapie bij patiënten met borstkanker en startte ik als klinisch fysicus bij de afdeling Radiotherapie van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Dit ziekenhuis is heel innovatief en ambitieus en heeft een prettige werksfeer. Ik werk er dan ook nog altijd met veel plezier, net zoals ik me heb ingezet voor de EORTC, de Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica, de Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie en de European Society for Radiotherapy and Oncology. Daarnaast intensiveerde de samenwerking met de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), wat ertoe heeft geleid dat ik in januari 2023 aan die universiteit werd aangesteld als hoogleraar Klinische fysica in de radiotherapie.”
Minder bestralen
Hurkmans vertelt dat radiotherapie bij patiënten met kanker vroeger zeer intensief en veeleisend was en vaak bestond uit dagelijkse bestralingen gedurende enkele weken. “Door de ontwikkeling van verschillende innovatieve bestralingstechnieken is het sinds enige tijd echter mogelijk om veel nauwkeuriger te bestralen. Een van deze technieken is MRI-gestuurde radiotherapie (MR-linac).1 Met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) kunnen we straks deze beelden nog verder verbeteren en ook automatisch organen en tumoren intekenen en behandelplannen maken. Door de MRI-linac kunnen we tumoren veel beter in beeld brengen en nauwkeuriger bestralen. Een ander voorbeeld is bestraling waarbij de tumor met een cone-beam CT-scanner in beeld wordt gebracht. Ook op dat gebied werken we aan verbetering van de beeldvorming.
Door deze nieuwe technieken kunnen we tegenwoordig met een veel kleiner aantal bestralingen met een hoge dosis dezelfde werkzaamheid bereiken, terwijl er tegelijkertijd minder schade aan het gezonde weefsel wordt aangericht. Hierdoor is de radiotherapie minder toxisch en belastend voor de patiënten. Ik verwacht dan ook dat deze technieken zich de komende jaren verder zullen ontwikkelen en beschikbaar komen voor meerdere patiëntenpopulaties.
Overigens is niet alleen de radiotherapie zelf nauwkeuriger geworden, maar verloopt de voorbereiding tegenwoordig ook efficiënter. Zo kunnen we met behulp van AI de risico-organen en het doelgebied sneller en beter in kaart brengen en het dosisplan gemakkelijker opstellen. Om deze verbeteringen in de toekomst verder uit te kunnen breiden, werken we nauw samen met alle acht Nederlandse instituten die dezelfde dosisplanningssoftware gebruiken. Binnen dit samenwerkingsverband bundelen we ook de resultaten en ontwikkelen we gemeenschappelijke AI-dosisplanningsmodellen die later door de fabrikant wereldwijd beschikbaar gesteld kunnen worden.”
Samenwerking
Ook de TU/e en het Catharina Ziekenhuis werken nauw samen, niet alleen op het gebied van beeldvorming en radiotherapie, maar bijvoorbeeld ook ten aanzien van de communicatie tussen mensen en computers. Hurkmans: “Deze samenwerking is essentieel en synergistisch en leidt er bijvoorbeeld toe dat het Catharina Ziekenhuis gemakkelijk studenten kan aantrekken die aan de TU/e worden opgeleid. Tegelijkertijd biedt het de TU/e de mogelijkheid om via het Catharina Ziekenhuis te werken aan real-world problems.”
Op 7 juni zal Hurkmans zijn intreerede houden als hoogleraar aan de TU/e. Voorafgaand aan die rede en de intreerede van klinisch fysicus prof. dr. ir. Carola van Pul (TU/e en Máxima Medisch Centrum, Eindhoven) zal er bij de TU/e een MedTech-dag worden gehouden met als titel ‘Clinical physics: from ideas to clinical implementation’.
“Tijdens deze dag willen we vanuit de TU/e laten zien aan welke innovaties we werken en hoe we daarbij samenwerken met de ziekenhuizen en bedrijven in de regio. De driehoek, bestaande uit de TU/e als kennisinstituut, de ziekenhuizen als medisch zorgdomein en de industrie, is van groot belang om innovatieve technieken te ontwikkelen en implementeren in de regionale zorg en daarbuiten”, vertelt Hurkmans.
Alleen radiotherapie
Uit een gecombineerde analyse van twee kleine fase 3-studies waaraan Hurkmans heeft bijgedragen bleek dat bij patiënten met stadium I niet-kleincellig longcarcinoom, stereotactische radiotherapie vergeleken met chirurgie geassocieerd was met een betere uitkomst.2 Hoewel het aantal geïncludeerde patiënten en de duur van de follow-up beperkt waren, bleek de radiotherapie geassocieerd met een betere algehele en recidiefvrije overleving en minder behandelingsgerelateerde bijwerkingen van graad 3 of hoger.
“Op grond van de resultaten van deze studies werd stereotactische radiotherapie de standaardbehandeling voor een kleine groep patiënten.3 Ik verwacht dat in de toekomst ook bij andere patiëntenpopulaties stereotactische radiotherapie een operatie kan vervangen.”
Volgens Hurkmans is de klinische implementatie van nieuwe technologieën meestal een uitdaging, omdat de financieringsmogelijkheden voor klinische studies naar deze technologieën beperkt zijn. “Dit komt onder andere doordat het doel van dergelijke studies niet is om de overleving of kwaliteit van leven van patiënten te verbeteren, maar meer om een methodologische verbeterslag te maken, zoals het optimaliseren van de beeldvorming. Het gaat dus om een indirecte verbetering van de zorg. Fondsen zoals NWO en KWF Kankerbestrijding en de industrie stellen hiervoor wel financiering beschikbaar, maar ik ben van mening dat ook de overheid en verzekeraars dit zouden moeten doen. Momenteel laten ze mijns inziens kansen liggen om de zorg efficiënter en mogelijk kosteneffectiever te maken.”
Referenties
1. Lombardo E, et al. Radiother Oncol 2024;190:109970.
2. Chang JY, et al. Lancet Oncol 2015;16:630-7.
3. Hurkmans CW, et al. Radiat Oncol 2009;4:1.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Oncologie Up-to-date 2024 vol 15 nummer 3