Enfortumab vedotin plus pembrolizumab biedt een consistent voordeel ten opzichte van chemotherapie in de eerste lijn bij lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom, onafhankelijk van het expressieniveau van nectin-4 of PD-L1. Dat blijkt uit een biomarkeranalyse van de EV-302-studie, die prof. dr. Thomas Powles (Londen, Verenigd Koninkrijk) presenteerde tijdens het ESMO Congress 2024.
Nectin-4 is een celadhesiemolecuul dat in hoge mate tot expressie komt op het oppervlak van urotheelcarcinoomcellen. Combinatie van pembrolizumab (P) met enfortumab vedotin (EV), een antilichaam-geneesmiddelconjugaat gericht tegen nectin-4, verdubbelde bijna de progressievrije (PFS) en algehele overleving (OS) ten opzichte van chemotherapie in de fase 3-EV-302-studie.1 EV+P is nu de standaard eerstelijnsbehandeling voor patiënten met lokaal gevorderd of gemetastaseerd urotheelcarcinoom (la/mUC). Tijdens het ESMO-congres besprak Thomas Powles de invloed van nectin-4-expressie op de uitkomsten in de EV-302-studie.2
Hoge nectin-4-expressie
In de EV-302-studie werden 886 patiënten met la/mUC 1:1 gerandomiseerd tussen EV+P of chemotherapie. De expressie van nectin-4 werd bepaald met behulp van immuunhistochemie, waarbij een H-score van 300 de hoogste expressie is (3+ in 100% van de cellen). “Nectin-4 komt sterk tot expressie, de mediane H-score was 275. Ongeveer 10% van de patiënten heeft een H-score <150”, liet Powles zien. De hoge expressie van nectin-4 werd zowel in weefsel afkomstig van de primaire tumor als in metastases gezien, met vergelijkbare H-scores.
Consistent voordeel
De hoeveelheid nectin-4-expressie maakte weinig verschil voor de PFS. Zowel patiënten met een H-score <275 als degenen met een H-score ≥275 hadden een significant PFS-voordeel van EV+P (HR 0,503 en 0,410, respectievelijk). EV+P leverde ook in beide groepen een significant OS-voordeel op (HR 0,518 en 0,426, respectievelijk). In subgroepen met een lage nectin-4-expressie, met een H-score <150 of 150-225 (9,6% en 12,7% van de patiënten), werd eveneens een consistent PFS- en OS-voordeel gezien. Ook het objectieve responspercentage (ORR) was in alle nectin-4-subgroepen significant hoger met EV+P dan met chemotherapie.
Hoge of lage nectin-4-expressie was niet gecorreleerd met hoge of lage expressie van PD-L1 (combined positive score ≥10 of <10). Het PFS- en OS-voordeel van EV+P bleef bestaan in alle subgroepen met H-score <275 of ≥275 en PD-L1 laag of hoog (HR voor PFS variërend van 0,373 tot 0,543 en voor OS van 0,438 tot 0,522 voor nectin-4 hoog/PD-L1 hoog en nectin-4 laag/PD-L1 laag, respectievelijk).
“Dit is de eerste uitgebreide analyse van nectin-4 in een gerandomiseerde studie. We laten zien dat EV+P beter presteert dan chemotherapie wat betreft de PFS, OS en ORR, welke subgroepverdeling je ook maakt”, aldus Powles. De data bieden verdere ondersteuning voor het gebruik van EV+P als standaardoptie in de eerste lijn bij la/mUC, en bevestigen dat testen op nectin-4 en PD-L1 niet nodig is.
Referenties
1. Powles TB, et al. N Engl J Med 2024;390:875-88.
2. Powles TB, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl_2): abstr 1966MO.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist