Uit de resultaten van de POD1UM-303/InterAACT 2-studie blijkt dat de toevoeging van retifanlimab aan eerstelijnschemotherapie goed werd verdragen en geassocieerd was met een significant betere progressievrije overleving. Daarnaast verbeterden onder andere ook het objectieve responspercentage en de responsduur, zo bleek tijdens het ESMO Congress 2024 uit de presentatie van dr. Sheela Rao (Surrey, Verenigd Koninkrijk).
Op grond van de resultaten van de fase 2-InterAACT-studie werd carboplatine plus paclitaxel de standaard eerstelijnsbehandeling bij patiënten met gevorderd plaveiselcelcarcinoom van het anale kanaal (SCAC).1 Ondanks deze behandeling was de progressievrije en algehele overleving (PFS en OS) echter beperkt.
In de fase 3-POD1UM-303/InterAACT 2-studie wordt de uitkomst onderzocht van de PD-1-remmer retifanlimab dan wel placebo in combinatie met carboplatine en paclitaxel bij patiënten met inoperabel, lokaal recidiverend of gemetastaseerd SCAC dat niet eerder is behandeld met systemische therapie. In de placeboarm mogen patiënten met progressieve ziekte overstappen naar de retifanlimabarm. De primaire uitkomstmaat is de PFS vastgesteld door een geblindeerde, onafhankelijke en centrale beoordeling (BICR).
Betere PFS
De baseline kenmerken van de twee studiearmen (beide n=154) waren goed in balans.2 “Uit de analyse van de BICR-bepaalde PFS blijkt dat de primaire uitkomstmaat was bereikt. De mediane PFS was 9,3 maanden in de retifanlimabarm vergeleken met 7,4 maanden in de placeboarm (HR 0,63; 95% BI 0,47-0,84; p=0,0006). Hoewel de OS-resultaten nog niet matuur zijn, is er een duidelijke trend te zien van een OS-voordeel van retifanlimab, waaronder een 6,2 maanden langere mediane OS. Deze trend werd nog duidelijker zichtbaar wanneer werd gecorrigeerd voor cross-over van de placebo- naar de retifanlimabarm”, aldus Sheela Rao. Verder was retifanlimab plus chemotherapie versus placebo plus chemotherapie geassocieerd met een hoger objectief responspercentage, een langere responsduur en een beter ziektecontrolepercentage.
Veiligheidsprofiel
De toevoeging van retifanlimab was geassocieerd met een enigszins hogere incidentie van bijwerkingen, maar er werden geen nieuwe veiligheidssignalen gezien en ten tijde van de data-cutoff nam 58,4% van de patiënten in de retifanlimabarm nog steeds deel aan de studie. Bijwerkingen van graad 3 of hoger kwamen voor bij 83,1% van de patiënten in de retifanlimabarm versus 75,0% van de patiënten in de placeboarm. Immuungerelateerde bijwerkingen kwamen voor bij respectievelijk 46,1 en 23,7% van de patiënten en wegens bijwerkingen werd de behandeling gestopt bij 11,0 en 2,6% van de patiënten.
“Retifanlimab plus carboplatine en paclitaxel heeft de potentie om een nieuwe standaardbehandeling te worden bij patiënten met gevorderd SCAC”, aldus Rao.
Referenties
1. Rao S, et al. J Clin Oncol 2020;38:2510-8.
2. Rao S, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl 2): abstr LBA2.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer