Osimertinib na chemoradiatie verbetert de tijd tot afstandsmetastasen of overlijden en beschermt patiënten met niet-resectabel, EGFR-gemuteerd, stadium III niet-kleincellig longcarcinoom tegen metastasen in het centrale zenuwstelsel. Dit blijkt uit de follow-upresultaten van de fase 3-LAURA-studie, waarvan dr. Shun Lu (Shanghai, China) de resultaten presenteerde tijdens het ESMO Congress 2024.
Bij patiënten met EGFR-gemuteerd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) vormen metastasen in het centrale zenuwstelstel (CZS) een veelvoorkomend probleem; deze metastasen zijn geassocieerd met een slechte uitkomst.1,2 Osimertinib is een derdegeneratie-EGFR-tyrosinekinaseremmer die ook activiteit vertoont in het CZS. Op basis van eerdere resultaten van de gerandomiseerde fase 3-LAURA-studie wordt osimertinib aanbevolen voor de behandeling van patiënten met niet-resectabel, EGFR-gemuteerd stadium III-NSCLC. Uit deze resultaten bleek dat osimertinib versus placebo geassocieerd was met een verbeterde progressievrije overleving (PFS) na chemoradiatie bij deze patiëntengroep.3 Ook verminderde osimertinib het risico op afstandsmetastasen en lokale progressie.3 Tijdens het ESMO Congress 2024 presenteerde Shun Lu secundaire uitkomstmaten van de LAURA-studie: de CZS-PFS en de tijd tot afstandsmetastasen of overlijden (TTDM).4
Bescherming tegen CZS-progressie
“Osimertinib resulteerde in een klinisch relevante verbetering van de TTDM ten opzichte van placebo”, vertelde Lu. De mediane TTDM werd niet bereikt met osimertinib (n=143) en was 13,0 maanden met placebo (n=73; HR 0,21; 95% BI 0,11-0,38; p<0,001). De cumulatieve incidentie van afstandsmetastasen na twaalf maanden was 11% met osimertinib versus 37% met placebo. Osimertinib was geassocieerd met een significant verlaagd risico op CZS-progressie of overlijden: de mediane CZS-PFS werd niet bereikt met osimertinib en was 14,9 maanden met placebo (HR 0,17; 95% BI 0,09-0,32; p<0,001). Ook de cumulatieve incidentie van CZS-progressie na twaalf maanden was lager met osimertinib (9%) dan met placebo (36%). Lu: “Uit de resultaten blijkt dat osimertinib versus placebo de TTDM verbetert en bescherming biedt tegen CZS-progressie. Osimertinib verlaagt het risico op afstandsmetastasen of overlijden met 79% en het risico op CZS-progressie of overlijden met 83%. Deze bevindingen ondersteunen het gebruik van osimertinib na chemoradiatie als de nieuwe standaardbehandeling bij patiënten met niet-resectabel, EGFR-gemuteerd stadium III-NSCLC.”
Referenties
1. Peters S, et al. Cancer Treat Rev 2016;45:139-62.
2. Popat S, et al. Target Oncol 2023;18:9-24.
3. Lu S, et al. N Engl J Med 2024; 391:585-97.
4. Lu S, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl 2): abstr 1241MO.
Carmen Paus, MSc, medical writer
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 3
Commentaar prof. dr. Michel van den Heuvel, longarts, UMC Utrecht
Tijdens het ESMO Congress 2024 werden veel hoopgevende resultaten gepresenteerd van nieuwe behandelingen bij patiënten met longkanker. Zo bleek uit resultaten van de fase 3-ADRIATIC-studie dat bij patiënten met beperkt-stadium kleincellig longcarcinoom een eenjarige consolidatietherapie met durvalumab versus placebo na standaard chemo-radiotherapie geassocieerd was met een aanhoudende en zeer indrukwekkende verbetering van de algehele en progressievrije overleving (OS en PFS).1,2 Bovendien was de toevoeging van durvalumab aan chemo-radiotherapie geassocieerd met weinig toxiciteit en een grotere groep patiënten die minimaal langdurig overleeft en mogelijk genezen is. Een voor de longoncologie heel erg hoopgevend resultaat dat naar mijn verwachting practice changing zal zijn. Een van de vragen die nu beantwoord moeten worden is: wat is in deze context de meerwaarde van de momenteel standaard gegeven profylactische hersenbestraling? Deze vraag is met name van belang omdat hersenbestraling geassocieerd is met de nodige bijwerkingen op de lange termijn. Het wachten is nu op het advies van de NVMO-commissie BOM en de toelating tot het basispakket van de zorgverzekering.
In de fase 3-LAURA-studie worden de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van adjuvante therapie met osimertinib versus placebo bij patiënten met EGFR-gemuteerd, inoperabel, stadium III niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) die daarvoor behandeld waren met chemo-radiotherapie. Uit eerder gepubliceerde resultaten bleek dat osimertinib vergeleken met placebo geassocieerd was met een significant betere PFS.3 De tijdens het ESMO-congres gepresenteerde resultaten lieten zien dat osimertinib versus placebo geassocieerd was met een indrukwekkend verschil in de tijd tot detectie van metastasen op afstand of overlijden (mediaan: niet bereikt met osimertinib versus 13,0 maanden met placebo; HR 0,21; 95% 0,11-0,38; p<0,001) en de centrale-zenuwstelsel-progressievrije overleving (mediaan: niet bereikt versus 14,9 maanden; HR 0,17; 95% 0,09-0,32; p<0,001).4 Daarnaast werden er geen nieuwe veiligheidssignalen geconstateerd. Ik verwacht dan ook dat deze adjuvante behandeling snel in Europa zal zijn geregistreerd.
ALINA is een fase 3-studie waarin bij patiënten met ALK-positief, resectabel stadium IB-IIIA-NSCLC de uitkomst wordt onderzocht van adjuvante behandeling met alectinib versus platinabevattende chemotherapie. Uit een eerdere analyse bleek dat adjuvant alectinib vergeleken met chemotherapie geassocieerd was met een significant betere ziektevrije overleving (DFS), de primaire uitkomstmaat van de studie.5 Op grond van de resultaten van de ALINA-studie registreerde de EMA alectinib recentelijk als adjuvante behandeling bij patiënten met volledig gereseceerd, ALK-positief NSCLC met een hoog risico op recidief. Nu blijkt uit een verkennende biomarkeranalyse dat het DFS-voordeel van alectinib onafhankelijk is van het type EML4-ALK-fusie-eiwit en dat patiënten die met alectinib behandeld worden een slechtere DFS hebben als hun tumor een TP53-mutatie heeft.6
Ten slotte wordt in de Nederlandse DEDICATION-1/NVALT-30-studie bij patiënten met gemetastaseerd NSCLC onderzocht of de OS na behandeling met een 25% gereduceerde dosering van pembrolizumab non-inferieur is aan de standaarddosering. Hierbij werd een verschil in de eenjaars-OS van 10% beschouwd als klinisch relevant en als een stopcriterium van de studie. De resultaten van een interimanalyse lieten echter zien dat het verschil in de éénjaars-OS tussen beide studiearmen slechts 2,7% was, wat positief is en tevens betekent dat de studie voortgezet mag worden.7
Referenties
1. Senan S, et al. Ann Oncol 2024;34(suppl 2): abstr LBA81.
2. Cheng Y, et al. N Engl J Med 2024;391:1313-27.
3. Lu S, et al. N Engl J Med 2024;391:585-97.
4. Lu S, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl 2): abstr 1241MO.
5. Wu YL, et al. N Engl J Med 2024;390:1265-76.
6. Solomon BJ, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl 2): abstr 1206MO.
7. Van den Heuvel MM, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl 2): abstr 1258MO.
In een podcast met prof. dr. ir. Koos van der Hoeven bespreekt prof. dr. Michel van den Heuvel naast bovenstaande studies ook de ontwikkelingen rond de analyse van circulerend tumor-DNA en -eiwit bij patiënten met longkanker en de toevoeging van immunotherapie aan perioperatieve chemotherapie. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts.