Toevoeging van nivolumab aan gemcitabine-cisplatine leidde niet tot een mindere kwaliteit van leven ten opzichte van alleen gemcitabine-cisplatine bij patiënten met niet-resectabel of gemetastaseerd urotheelcarcinoom. Dat blijkt uit de eerste analyse van patiëntgerapporteerde uitkomsten van de CheckMate 901-studie, die dr. Jens Bedke (Tübingen, Duitsland) presenteerde tijdens het ESMO Congress 2024.
Voor patiënten met niet-resectabel of gemetastaseerd urotheelcarcinoom (mUC) vormde platinabevattende chemotherapie lange tijd de standaardbehandeling. De fase 3-CheckMate 901-studie liet zien dat upfront combinatie van nivolumab (nivo) met gemcitabine-cisplatine (GC) gevolgd door nivolumab-onderhoudstherapie resulteert in een significante verbetering van de algehele overleving (HR 0,78; p=0,02) en progressievrije overleving (HR 0,72; p=0,001) ten opzichte van GC alleen.1 Op basis daarvan keurden de FDA en EMA in 2024 dit schema goed als eerstelijnsbehandeling van patiënten met niet-resectabel of mUC. Jens Bedke rapporteerde de analyse van het effect van toevoeging van nivo aan GC op patiëntgerapporteerde uitkomsten (PRO’s) en kwaliteit van leven in de CheckMate 901-studie.2
PRO’s
In de CheckMate 901-studie werden 608 niet eerder behandelde patiënten met niet-resectabel of mUC gerandomiseerd tussen nivo + GC (Q3W, zes kuren) gevolgd door twee jaar nivo-monotherapie, of alleen GC (Q3W, zes kuren). Met behulp van PRO’s (EORTC QLQ-C30 en EQ-VAS) werd gekeken naar de globale gezondheidsstatus en aanvullende domeinen. Tijdens de combinatiefase werd elke drie weken een vragenlijst voorgelegd, tot aan zes maanden. Tijdens de monotherapiefase (alleen voor de nivo+GC-arm) werd elke vier weken een vragenlijst voorgelegd, en daarna elke twaalf weken. Voor de eerste analyse werden alle patiënten geëvalueerd met een uitgangs-PRO en minstens één evalueerbare PRO daarna (n=276 in de nivo+GC-arm en n=248 in GC-arm). Gekeken werd naar veranderingen vanaf de start van de behandeling tot aan week 16.
Non-inferioriteit
In beide armen vulden patiënten ongeveer even vaak de vragenlijsten in; de voltooiingspercentages waren ≥60%. Alleen op week 16 in de nivo+GC-arm was het voltooiingspercentage lager, ongeveer 40%. “CheckMate 901 was in eerste instantie ontworpen om toevoeging van nivo + ipilimumab te evalueren. De nivo+GC-arm werd later toegevoegd, met een ander doseringsschema dan dat van nivo + ipilimumab, waardoor de PRO-assessment op week 16 in een aantal centra niet is gedaan”, gaf Bedke als verklaring.
De gemiddelde verandering tot aan week 16 toonde non-inferioriteit van nivo+GC versus GC alleen op alle PRO-gebieden: globale gezondheidsstatus, fysiek functioneren, rolfunctioneren, vermoeidheid en EQ-VAS. De proporties van patiënten met klinisch relevante veranderingen (verbetering of verslechtering) waren vergelijkbaar tussen de nivo+GC- en GC-arm. Er was in beide armen geen klinisch relevante verandering gedurende de tijd van de globale gezondheidsstatus. “Wel was er een trend tot verbetering met nivo+GC over de bezoeken heen gedurende de combinatiefase en later tijdens de monotherapiefase”, aldus Bedke.
“CheckMate 901 laat zien dat gelijktijdige toediening van nivo en GC, voor maximaal zes kuren, gevolgd door nivo-monotherapie voor maximaal twee jaar, de algehele en progressievrije overleving significant verbetert vergeleken met GC alleen bij patiënten met onbehandeld niet-resectabel of mUC die in aanmerking komen voor cisplatine, met behoud van de kwaliteit van leven”, concludeerde Bedke. “Voortdurende verkenning en ontwikkeling van PRO-/kwaliteit-van-leven-hulpmiddelen voor patiënten met mUC is noodzakelijk.”
Referenties
1. Van der Heijden MS, et al. N Engl J Med 2023;389:1778-89.
2. Bedke J, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl_2): abstr 1962O.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist