Een combinatie van cabozantinib plus atezolizumab liet in een eerdere analyse van de CONTACT-02-studie een significant betere progressievrije overleving zien ten opzichte van een tweede nieuwe hormonale therapie bij patiënten met gemetastaseerd, castratieresistent prostaatcarcinoom en extrapelviene wekedelenmetastasen. “De algehele overleving, de tweede primaire uitkomstmaat, was echter niet verschillend tussen beide studiearmen”, zei dr. Neeraj Agarwal (Salt Lake City, Verenigde Staten) tijdens het ESMO Congress 2024.
Patiënten met gemetastaseerd, castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRCP) en ziekteprogressie op een nieuwe hormonale therapie (NHT) hebben een slechte prognose en beperkte behandelopties”, begon Neeraj Agarwal. In de fase 3-CONTACT-02-studie is een behandeling met cabozantinib plus atezolizumab (cabo-atezo) versus een tweede NHT (abirateron plus prednison of enzalutamide) bij deze patiëntengroep onderzocht. mCRPC-patiënten met progressie op een eerdere NHT en meetbare extrapelviene wekedelenmetastasen kwamen in aanmerking voor deze studie. In totaal werden 575 patiënten in een verhouding van 1:1 gerandomiseerd naar cabo-atezo of een tweede NHT. De duale primaire uitkomstmaten waren progressievrije overleving (PFS) en algehele overleving (OS).
Geen significant verschil
De PFS-resultaten zijn eerder gepresenteerd en lieten een significant betere PFS zien met cabo-atezo versus een tweede NHT (HR 0,65; 95% BI 0,50-0,84; p=0,0007).1 “Dit kwam neer op een reductie in het risico op progressie of overlijden van 35% met cabo-atezo”, zei Agarwal. De resultaten wat betreft de OS, met een mediane follow-up van 24,0 maanden, lieten echter geen significant verschil tussen beide studiearmen zien.2 De mediane OS was 14,8 maanden met cabo-atezo en 15,0 maanden met een tweede NHT (HR 0,89; 95% BI 0,72-1,10; p=0,30). “Wel lijken subgroepanalyses erop te wijzen dat patiënten met levermetastasen en patiënten met botmetastasen mogelijk voordeel hebben van een behandeling met cabo-atezo”, aldus Agarwal. Bij patiënten met levermetastasen gaf de behandeling met de combinatie een reductie in het risico op overlijden van 32% (HR 0,68; 95% BI 0,47-1,00; p=0,051) en bij patiënten met botmetastasen een reductie van 21% (HR 0,79; 95% BI 0,63-1,00; p=0,046).
Geselecteerde groep
De tijd tot het starten van chemotherapie en de tijd tot het ontwikkelen van skeletale events waren beide in het voordeel van de behandeling met cabo-atezo. “De mediane tijd tot verslechtering van de kwaliteit van leven was vergelijkbaar tussen beide studiearmen.” Agarwal rapporteerde geen nieuwe signalen rond het veiligheidsprofiel van cabo-atezo. De meest voorkomende graad 3/4-bijwerkingen waren hypertensie (8%), anemie (8%), vermoeidheid (6%) en diarree (5%). In de cabo-atezo-arm staakte slechts 5% van de patiënten beide middelen gedurende de loop van de studie.
Tot slot is nog gekeken naar het aantal patiënten dat een volgende antikankerbehandeling kreeg. In de cabo-atezo-arm kreeg 74% van de patiënten een volgende behandeling met chemotherapie en in de NHT-arm 87% van de patiënten. “Een behandeling met cabo-atezo sluit patiënten dus niet uit van verdere therapieën.” Agarwal concludeerde dat een behandeling met cabo-atezo nuttig kan zijn voor een geselecteerde groep mCRPC-patiënten met progressie op een eerdere NHT.
Referenties
1. Agarwal N, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl 4): abstr 18.
2. Agarwal N, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl 2): abstr LBA67.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist