Een post-hocanalyse van de ADRIATIC-studie laat zien dat consolidatietherapie met durvalumab een overlevingsvoordeel biedt voor patiënten met beperkt-stadium kleincellig longcarcinoom, onafhankelijk van variaties in voorafgaande chemo-radiotherapie en het wel of niet geven van craniale bestraling. Deze resultaten werden tijdens het ESMO Congress 2024 gepresenteerd door prof. dr. Suresh Senan (radiotherapeut-oncoloog, Amsterdam UMC Cancer Center Amsterdam) en gelijktijdig gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.
Patiënten met beperkt-stadium kleincellig longcarcinoom (LS-SCLC) worden doorgaans behandeld met gelijktijdige chemo-radiotherapie (cCRT) al dan niet in combinatie met profylactische craniale bestraling (PCI). Uit een interimanalyse van de fase 3-ADRIATIC-studie bleek dat consolidatietherapie met durvalumab de algehele overleving (OS) en progressievrije overleving (PFS) significant verbeterde ten opzichte van placebo.1 Tijdens het ESMO Congress 2024 presenteerde Suresh Senan de resultaten van subgroepen op basis van voorafgaande behandeling.2,3
ADRIATIC-studie
In de fase 3-ADRIATIC-studie werden patiënten met stadium I-III-LS-SCLC, die geen progressie vertoonden na cCRT, gerandomiseerd tussen durvalumab (n=264), placebo (n=266) of durvalumab + tremelimumab (n=200). De data van de laatste arm zijn nog geblindeerd. De PFS en OS met durvalumab versus placebo vormden de duale primaire uitkomstmaten. 54% van de patiënten was behandeld met PCI. Een derde van de patiënten was voorafgaand behandeld met carboplatine, twee derde met cisplatine. Bijna drie kwart van de patiënten werd tijdens de cCRT één keer per dag bestraald met in totaal 60-66 Gy in een periode van zes weken (QD RT), de overige patiënten werden twee keer per dag bestraald met in totaal 45 Gy in een periode van drie weken (BID RT).
Verbeterde uitkomsten in subgroepen
Patiënten die PCI kregen waren over het algemeen jonger en kregen vaker BID RT. Consolidatietherapie met durvalumab resulteerde in een vergelijkbare verbetering van de OS ten opzichte van placebo in zowel de groep die PCI had gekregen (mediaan niet bereikt versus 42,5 maanden) als de groep die geen PCI had gekregen (37,3 versus 24,1 maanden), met HR’s van respectievelijk 0,73 en 0,72. Vergelijkbare resultaten werden gevonden voor de PFS.
Patiënten die carboplatine kregen waren vaker ouder dan 65 jaar dan patiënten die cisplatine kregen. In de carboplatinegroep resulteerde durvalumab in een sterkere verbetering van de OS (mediaan niet bereikt versus 33,4 maanden; HR 0,55) dan in de cisplatinegroep (mediane OS 41,9 versus 34,3 maanden; HR 0,81), maar Senan wees erop dat het verschil niet statistisch significant was. Een vergelijkbare trend werd gezien voor de PFS.
In de QD RT- en BID RT-groepen bood durvalumab-consolidatie in vergelijkbare mate OS-voordeel ten opzichte van placebo (HR respectievelijk 0,71 en 0,73), en een vergelijkbaar beeld werd gezien voor de PFS.
De veiligheidsprofielen kwamen in alle subgroepen met elkaar overeen.
Senan concludeerde: “Durvalumab toonde een consistent voordeel versus placebo onafhankelijk van eerdere PCI en cCRT-componenten. Deze bevindingen bieden verdere ondersteuning voor consolidatietherapie met durvalumab als de nieuwe standaardzorg bij LS-SCLC.”
Referenties
1. Spigel D, et al. J Clin Oncol 2024;42(17_suppl): abstr LBA5.
2. Senan S, et al. Ann Oncol 2024;34(suppl 2): abstr LBA81.
3. Cheng Y, et al. N Engl J Med 2024;391:1313-27.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 3
Commentaar prof. dr. Michel van den Heuvel, longarts, UMC Utrecht
Tijdens het ESMO Congress 2024 werden veel hoopgevende resultaten gepresenteerd van nieuwe behandelingen bij patiënten met longkanker. Zo bleek uit resultaten van de fase 3-ADRIATIC-studie dat bij patiënten met beperkt-stadium kleincellig longcarcinoom een eenjarige consolidatietherapie met durvalumab versus placebo na standaard chemo-radiotherapie geassocieerd was met een aanhoudende en zeer indrukwekkende verbetering van de algehele en progressievrije overleving (OS en PFS).1,2 Bovendien was de toevoeging van durvalumab aan chemo-radiotherapie geassocieerd met weinig toxiciteit en een grotere groep patiënten die minimaal langdurig overleeft en mogelijk genezen is. Een voor de longoncologie heel erg hoopgevend resultaat dat naar mijn verwachting practice changing zal zijn. Een van de vragen die nu beantwoord moeten worden is: wat is in deze context de meerwaarde van de momenteel standaard gegeven profylactische hersenbestraling? Deze vraag is met name van belang omdat hersenbestraling geassocieerd is met de nodige bijwerkingen op de lange termijn. Het wachten is nu op het advies van de NVMO-commissie BOM en de toelating tot het basispakket van de zorgverzekering.
In de fase 3-LAURA-studie worden de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van adjuvante therapie met osimertinib versus placebo bij patiënten met EGFR-gemuteerd, inoperabel, stadium III niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) die daarvoor behandeld waren met chemo-radiotherapie. Uit eerder gepubliceerde resultaten bleek dat osimertinib vergeleken met placebo geassocieerd was met een significant betere PFS.3 De tijdens het ESMO-congres gepresenteerde resultaten lieten zien dat osimertinib versus placebo geassocieerd was met een indrukwekkend verschil in de tijd tot detectie van metastasen op afstand of overlijden (mediaan: niet bereikt met osimertinib versus 13,0 maanden met placebo; HR 0,21; 95% 0,11-0,38; p<0,001) en de centrale-zenuwstelsel-progressievrije overleving (mediaan: niet bereikt versus 14,9 maanden; HR 0,17; 95% 0,09-0,32; p<0,001).4 Daarnaast werden er geen nieuwe veiligheidssignalen geconstateerd. Ik verwacht dan ook dat deze adjuvante behandeling snel in Europa zal zijn geregistreerd.
ALINA is een fase 3-studie waarin bij patiënten met ALK-positief, resectabel stadium IB-IIIA-NSCLC de uitkomst wordt onderzocht van adjuvante behandeling met alectinib versus platinabevattende chemotherapie. Uit een eerdere analyse bleek dat adjuvant alectinib vergeleken met chemotherapie geassocieerd was met een significant betere ziektevrije overleving (DFS), de primaire uitkomstmaat van de studie.5 Op grond van de resultaten van de ALINA-studie registreerde de EMA alectinib recentelijk als adjuvante behandeling bij patiënten met volledig gereseceerd, ALK-positief NSCLC met een hoog risico op recidief. Nu blijkt uit een verkennende biomarkeranalyse dat het DFS-voordeel van alectinib onafhankelijk is van het type EML4-ALK-fusie-eiwit en dat patiënten die met alectinib behandeld worden een slechtere DFS hebben als hun tumor een TP53-mutatie heeft.6
Ten slotte wordt in de Nederlandse DEDICATION-1/NVALT-30-studie bij patiënten met gemetastaseerd NSCLC onderzocht of de OS na behandeling met een 25% gereduceerde dosering van pembrolizumab non-inferieur is aan de standaarddosering. Hierbij werd een verschil in de eenjaars-OS van 10% beschouwd als klinisch relevant en als een stopcriterium van de studie. De resultaten van een interimanalyse lieten echter zien dat het verschil in de éénjaars-OS tussen beide studiearmen slechts 2,7% was, wat positief is en tevens betekent dat de studie voortgezet mag worden.7
Referenties
1. Senan S, et al. Ann Oncol 2024;34(suppl 2): abstr LBA81.
2. Cheng Y, et al. N Engl J Med 2024;391:1313-27.
3. Lu S, et al. N Engl J Med 2024;391:585-97.
4. Lu S, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl 2): abstr 1241MO.
5. Wu YL, et al. N Engl J Med 2024;390:1265-76.
6. Solomon BJ, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl 2): abstr 1206MO.
7. Van den Heuvel MM, et al. Ann Oncol 2024;35(suppl 2): abstr 1258MO.
In een podcast met prof. dr. ir. Koos van der Hoeven bespreekt prof. dr. Michel van den Heuvel naast bovenstaande studies ook de ontwikkelingen rond de analyse van circulerend tumor-DNA en -eiwit bij patiënten met longkanker en de toevoeging van immunotherapie aan perioperatieve chemotherapie. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts.