Toevoeging van daratumumab aan bortezomib, lenalidomide en dexamethason gevolgd door onderhoudsbehandeling met daratumumab-lenalidomide resulteerde in diepere en duurzame meetbare-restziekte (MRD)-negativiteit en significante verbetering van de progressievrije overleving bij nieuw-gediagnosticeerd multipel myeloom. Tijdens het EHA2024 Hybrid Congress presenteerde prof. dr. Pieter Sonneveld (Erasmus MC, Rotterdam) MRD-analyses van de PERSEUS-studie.
Bij patiënten met nieuw-gediagnosticeerd multipel myeloom (NDMM) is het bereiken van MRD-negativiteit geassocieerd met een langere progressievrije en algehele overleving (PFS en OS), en hoe dieper de respons, hoe beter de PFS. “De huidige MRD-testgevoeligheid tot 10-6 en het aanhouden van dit MRD-niveau langer dan vijf jaar vertaalt zich in een zeer lange overleving en mogelijk genezing”, aldus Pieter Sonneveld. Eerder gepresenteerde resultaten van de PERSEUS-studie laten zien dat de combinatie van daratumumab (Dara) met bortezomib, lenalidomide en dexamethason (VRd), gevolgd door Dara-lenalidomide(D-R)-onderhoud, zorgt voor diepere responsen en een betere PFS bij patiënten met NDMM die in aanmerking komen voor transplantatie.1 Sonneveld presenteerde nu aanvullende data over verdieping van de respons en MRD-negativiteit tijdens de onderhoudsbehandeling.2
PERSEUS
In de fase 3-PERSEUS-studie werden 709 patiënten geïncludeerd met NDMM die in aanmerking kwamen voor transplantatie, van 18-70 jaar oud. In de controlearm kregen patiënten inductie en consolidatie met VRd, gevolgd door R tot aan progressie. In de experimentele arm werd Dara toegevoegd (1.800 mg subcutaan) aan VRd tijdens inductie en consolidatie, en daarna twee jaar onderhoud met D-R. Degenen die na twee jaar MRD-positief waren, kregen D-R tot aan progressie, maar degenen die een complete respons (CR) vertoonden en minstens twaalf maanden MRD-negatief (10-6) waren, stopten met Dara en kregen alleen R. Bij progressie konden zij weer starten met Dara. “Dit is een van de eerste voorbeelden van een op de MRD-respons aangepaste benadering in de onderhoudsfase.”
Toename MRD-negativiteit
Bij een mediane follow-up van 47,5 maanden was de vierjaars-PFS 84,3% met Dara-VRd versus 67,7% in de controlearm (HR 0,42; p<0,0001), waarmee de primaire uitkomstmaat werd bereikt. Met Dara-VRd werd diepe en duurzame MRD-negativiteit bereikt (≥12 maanden 10-6: 64,8% versus 29,7% met VRd). In de Dara-VRd-arm verdiepten de responsen zich meer dan in de controlearm. Aan het einde van de consolidatie had 44,5% CR bereikt met Dara-VRd, wat toenam tot 87,9% tijdens onderhoud met D-R, ten opzichte van een toename van 34,7% tot 70,1% tijdens R-onderhoud in de controlearm.
“Er was een toename in MRD-negativiteit (10-6) van ongeveer 30% tijdens onderhoud met D-R”, meldde Sonneveld. De MRD-negativiteit (10-6) nam toe van 34,4% aan het eind van consolidatie tot 63,9% 36 maanden later, ten opzichte van een toename van 16,1% tot 30,8% in de controlearm. In de Dara-arm hield de MRD-negativiteit langer aan; na twaalf maanden was 47,3% nog steeds MRD-negatief (10-6) versus 18,6% in de controlearm. Ook in de hoogrisicogroep was het percentage MRD-negativiteit ongeveer twee keer zo hoog met Dara-VRd als met VRd. Van de patiënten die aan het eind van de consolidatie MRD-positief waren, converteerde 31% naar aanhoudende MRD-negativiteit (10-6) tijdens onderhoud met D-R versus 10,3% met alleen R. Patiënten die MRD-negativiteit (10-5 of 10-6) bereikten, hadden een betere PFS.
Sonneveld: “Potentiële genezing is afhankelijk van het bereiken van aanhoudende MRD-negativiteit op 10-6-niveau. 64% van de patiënten stopte met Dara na het bereiken van aanhoudende MRD-negativiteit. Deze patiënten blijven we volgen om te zien hoe lang de MRD-negativiteit aanhoudt. Deze data benadrukken het voordeel van Dara-VRd en D-R-onderhoud als een nieuwe standaard voor patiënten met NDMM die in aanmerking komen voor transplantatie.”
In een podcast bespreken dr. Jurjen Versluis en prof. dr. Sonja Zweegman interessante studies op het gebied van multipel myeloom (MM), gepresenteerd tijdens het EHA2024 Hybrid Congress. Op het gebied van nieuw-gediagnosticeerde MM bespreken zij naast de PERSEUS- en IMROZ-studie ook de BENEFIT- en CASSIOPEIA-studie. Voor refractair/gerecidiveerd MM gaan zij in op de DREAMM-7- en DREAMM-8-studie en staan ze kort stil bij het pro-con-debat over BCMA-therapieën bij MM-patiënten met een vroeg recidief. Tot slot bespreken zij nog de CARTITUDE-2-studie, waarvan de resultaten van cohort D werden gepresenteerd. Deze podcast is te beluisteren via oncologie.nu/podcasts
Referenties
1. Sonneveld P, et al. N Engl J Med 2024;390:301-13.
2. Sonneveld P, et al. HemaSphere 2024;8(S1): abstr S201.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 2