Een behandeling met het bispecifieke antilichaam glofitamab toegevoegd aan gemcitabine en oxaliplatine geeft een statistisch significant betere algehele overleving dan rituximab plus gemcitabine en oxaliplatine bij patiënten met recidiverend of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom. Dit bleek uit de resultaten van de fase 3-STARGLO-studie, die dr. Jeremy Abramson (Boston, Verenigde Staten) tijdens het EHA2024 Hybrid Congress presenteerde.
Glofitamab is een bispecifiek antilichaam gericht tegen CD3 en CD20, en heeft als monotherapie diepe en aanhoudende remissies laten zien in een fase 1/2-studie bij patiënten met recidiverend of refractair diffuus grootcellig B-cellymfoom (R/R DLBCL).1 Jeremy Abramson presenteerde nu de resultaten van de fase 3-STARGLO-studie waarin patiënten met R/R DLBCL die één of meer eerdere behandellijnen ontvangen hadden en niet in aanmerking kwamen voor een stamceltransplantatie, in een verhouding van 2:1 gerandomiseerd werden naar glofitamab-gemcitabine-oxaliplatine (Glofit-GemOx, n=183) of rituximab (R)-GemOx (n=91).2 De primaire uitkomstmaat was de algehele overleving (OS). De mediane follow-up voor de primaire analyse was 11,3 maanden en Abramson presenteerde ook een geüpdatete analyse met een mediane follow-up van 20,7 maanden.
Significant betere OS
“In de primaire analyse was de OS statistisch significant in het voordeel van de behandeling met Glofit-GemOx”, zei Abramson (HR 0,59; 95% BI 0,40-0,89). Na 20,7 maanden follow-up was de mediane OS 25,5 maanden met Glofit-GemOx en 12,9 maanden met R-GemOx (HR 0,62; 95% BI 0,43-0,88). Ook de progressievrije overleving (PFS) was beter met Glofit-GemOx ten tijde van de primaire analyse (HR 0,37; 95% BI 0,25-0,55). Bij de geüpdatete analyse (met een mediane follow-up van 16,1 maanden) was de mediane PFS 13,8 maanden versus 3,6 maanden in het voordeel van Glofit-GemOx (HR 0,40; 95% BI 0,28-0,57). In de Glofit-GemOx-arm behaalden ook meer patiënten een complete respons: 58,5% versus 25,3% in de R-GemOx-arm.
Aanpassing studieprotocol
Het veiligheidsprofiel van Glofit-GemOx kwam overeen met de bekende veiligheidsprofielen van de afzonderlijke geneesmiddelen. Het percentage ernstige bijwerkingen was 54,4% met Glofit-GemOx en 17,0% met R-GemOx. “Er was ook een hoger percentage fatale bijwerkingen met Glofit-GemOx”, zei Abramson, “een verschil dat met name gedreven werd door COVID-19.” Het cytokinereleasesyndroom (CRS) kwam voor bij 44% van de patiënten in de Glofit-GemOx-arm. “Dit betrof met name graad 1 of 2 en de meeste events traden op gedurende de eerste cyclus.” Het CRS was over het algemeen hanteerbaar en reversibel, aldus Abramson. Hij liet verder zien dat neurologische toxiciteit vrij veel voorkwam in beide armen (bij 58,3% in de Glofit-GemOx-arm en bij 39,8 in de R-GemOx-arm). Bij 2,3% van de patiënten in de Glofit-GemOx-arm was sprake van ICANS. Met Glofit-GemOx werden ook meer infecties gezien, evenals neutropenie, maar febriele neutropenie trad niet vaak op. In de Glofit-GemOx waren zeven overlijdens gerelateerd aan COVID-19. “De Data Safety and Monitoring Board eiste daarom een aanpassing van het studieprotocol waarbij patiënten voor studiedeelname negatief getest moesten zijn voor COVID-19. Patiënten die tijdens de studie positief testten voor COVID-19, moesten de studiemedicatie staken. Hierna waren er geen overlijdens meer wegens COVID-19 in de studie.”
Glofitamab is het eerste bispecifieke antilichaam gericht tegen CD3 en CD20 dat een significant OS-voordeel laat zien bij patiënten met R/R DLBCL die niet in aanmerking komen voor stamceltransplantatie, concludeerde Abramson. “Deze resultaten ondersteunen het gebruik van Glofit-GemOx bij de behandeling van R/R DLBCL.”
In een podcast bespreken dr. Jurjen Versluis en dr. Pim Mutsaers interessante studies op het gebied van lymfomen, gepresenteerd tijdens het EHA2024 Hybrid Congress. Zij gaan naast de STARGLO-, ATALANTA-1-, HOVON 151- en ECHO-studie in op de resultaten van de HD21-studie naar BRECADD versus BEACOPP bij gevorderd hodgkinlymfoom. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts
Referenties
1. Dickinson MJ, et al. N Engl J Med 2022;387:2220-31.
2. Abramson J, et al. HemaSphere 2024;8(S1): abstr LB3438.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 2