Uit de resultaten van de fase 2-PONAZA-studie blijkt dat bij patiënten met chronische myeloïde leukemie in myeloïde blastencrisis behandeling met ponatinib plus azacitidine geassocieerd was met een complete remissie van 79% en een tweejaars algehele overleving van 65,5%. Daarnaast was de toxiciteit van de behandeling acceptabel en werden er geen nieuwe veiligheidssignalen geconstateerd, zo bleek uit de presentatie van prof. dr. Philippe Rousselot (Lyon en Versailles, Frankrijk) tijdens het EHA2024 Hybrid Congress.
Intensieve chemotherapie in combinatie met tweede- of derdegeneratie-BCR-ABL-remmers, gevolgd door allogene hematopoëtische stamceltransplantatie (alloHSCT) is een standaard behandeloptie bij patiënten met chronische myeloïde leukemie (CML) in myeloïde blastencrisis. Uit klinisch onderzoek blijkt dat epigenetische herprogrammering met azacitidine in combinatie met BCR-ABL-remmers geassocieerd is met een veelbelovende uitkomst bij patiënten met CML in myeloïde blastencrisis.1
In de fase 2-PONAZA-studie wordt de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van combinatiebehandeling met ponatinib en azacitidine bij patiënten met CML in myeloïde blastencrisis. De primaire uitkomstmaat is de algehele overleving (OS) na twee jaar.
Veiligheid
Op het moment van analyse waren negentien patiënten met een mediane leeftijd van 63 jaar in de PONAZA-studie geincludeerd.2 “De patiënten kregen mediaan vijf cycli ponatinib plus azacitidine. We constateerden geen nieuwe veiligheidssignalen. Ongeveer de helft van de patiënten kreeg ernstige cytopenieën tijdens de inductiefase van drie cycli. Daarnaast was er sprake van niet-hematologische bijwerkingen, waaronder cardiovasculaire toxiciteit, lipaseverhoging (elk vier gevallen van graad 3 tot 4) en pleurale effusie (één geval van graad 4)”, aldus Philippe Rousselot.
Goede respons
Vijftien van de negentien patiënten (79%) had een complete remissie met of zonder een compleet herstel. Rousselot: “Daarnaast bleek uit een analyse van de moleculaire respons dat deze vrij langzaam optreedt. Pas rond de zesde cyclus hebben de meeste patiënten een major moleculaire respons. Tijdens de 24 behandelcycli behielden tien patiënten (52,6%) een complete remissie, werden zeven patiënten (36,8%) behandeld met alloHSCT en overleden zes patiënten (31,5%).” De tweejaars-OS was 65,5% (95% BI 37,9-82,8%) en na een mediane follow-up van 32 maanden had ongeveer twee derde van de patiënten een duurzame overleving.
Referenties
1. Ruggiu M, et al. Leuk Lymphoma 2018;59:1659-65.
2. Rousselot P, et al. HemaSphere 2024;8(S1): abstr S170.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer