Bij gerecidiveerd en/of refractair multipel myeloom is behandeling met belantamab mafodotin, bortezomib en dexamethason (BVd) versus daratumumab, bortezomib en dexamethason (DVd) geassocieerd met een significant betere progressievrije overleving en respons. Hoewel de toxiciteit in de BVd-arm versus de DVd-arm enigszins hoger was, was de kwaliteit van leven in beide armen vergelijkbaar. Deze resultaten van de DREAMM-7-studie werden tijdens het EHA2024 Hybrid Congress gepresenteerd door dr. María-Victoria Mateos (Salamanca, Spanje). De resultaten werden gelijktijdig gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.
Belantamab mafodotin is een nieuw gehumaniseerd en geafucosyleerd, antagonistisch anti-BCMA-antilichaam-geneesmiddelconjugaat met significante activiteit tegen BCMA-positieve myeloomcellen.1 In de gerandomiseerde fase 3-DREAMM-7-studie wordt de uitkomst onderzocht van belantamab mafodotin, bortezomib en dexamethason (BVd) versus daratumumab, bortezomib en dexamethason (DVd) bij patiënten met gerecidiveerd en/of refractair multipel myeloom (RRMM). De primaire uitkomstmaat was de progressievrije overleving (PFS) bepaald door een onafhankelijke reviewcommissie.
Betere PFS
De resultaten van de DREAMM-7-studie laten zien dat BVd vergeleken met DVd geassocieerd was met een significant betere PFS.2.3 De mediane PFS was 36,6 maanden in de BVd-arm versus 13,4 maanden in de DVd-arm (HR 0,41; 95% BI 0,31-0,53; p<0,00001). “De PFS-superioriteit van BVd was ook aanwezig in de vooraf gespecificeerde subgroepen, waaronder patiënten met lenalidomide-refractaire myelomen en hoogrisico cytogenetische afwijkingen. De vroege algehele overleving liet een trend zien in het voordeel van BVd versus DVd, met 54 events (22%) in de BVd-arm versus 87 events (35%) in de DVd-arm (HR 0,57; 95% 0,4-0,8; p=0,00049)”, vertelde María-Victoria Mateos. Het objectieve responspercentage was 82,7% met BVd versus 71,3% met DVd en de mediane responsduur respectievelijk 35,6 en 17,8 maanden.
Bekend profiel
De veiligheid en verdraagbaarheid van BVd kwam overeen met de veiligheidsprofielen van de afzonderlijke middelen. Na correctie voor de blootstelling was de incidentie van bijwerkingen van graad 3 of 4 68,8% in de BVd-arm versus 62,4% in de DVd-arm. Bijwerkingen die leidden tot stopzetting van de behandeling met een van de middelen kwamen voor bij 22,5% van de patiënten in de BVd-arm versus 15,4% van de patiënten in de DVd-arm. Oculaire bijwerkingen kwamen voor bij respectievelijk 79 en 29% van de patiënten.
Uit de EORTC GLQ-C30-vragenlijst bleek dat er tussen beide studiearmen geen verschil was in de kwaliteit van leven. “Tezamen suggereren deze resultaten dat BVd een nieuwe behandeloptie kan zijn bij patiënten met RRMM”, besloot Mateos.
In een podcast bespreken dr. Jurjen Versluis en prof. dr. Sonja Zweegman interessante studies op het gebied van multipel myeloom (MM), gepresenteerd tijdens het EHA2024 Hybrid Congress. Op het gebied van nieuw-gediagnosticeerde MM bespreken zij naast de PERSEUS- en IMROZ-studie ook de BENEFIT- en CASSIOPEIA-studie. Voor refractair/gerecidiveerd MM gaan zij in op de DREAMM-7- en DREAMM-8-studie en staan ze kort stil bij het pro-con-debat over BCMA-therapieën bij MM-patiënten met een vroeg recidief. Tot slot bespreken zij nog de CARTITUDE-2-studie, waarvan de resultaten van cohort D werden gepresenteerd. Deze podcast is te beluisteren via oncologie.nu/podcasts
Referenties
1. Tai YT, et al. Blood 2014;123:3128-38.
2. Mateos MV, et al. HemaSphere 2024;8(S1): abstr S214.
3. Hungria V, et al. N Engl J Med 2024 Jun 1. doi: 10.1056/NEJMoa2405090. Online ahead of print.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 2