Na een consolidatiebehandeling met atezolizumab was 88% van de patiënten met hoogrisico diffuus grootcellig B-cellymfoom na twee jaar nog vrij van ziekte. “Hiermee behaalde de HOVON 151-studie de primaire uitkomstmaat”, vertelde dr. Marcel Nijland (UMC Groningen) tijdens het EHA2024 Hybrid Congress. Ook werd een onverwacht goede algehele overleving gerapporteerd.
De uitkomsten voor patiënten met hoogrisico diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) blijven slecht, begon Marcel Nijland zijn presentatie. “We zien dat bij 25% van de patiënten met een complete remissie na een R-CHOP-behandeling alsnog een recidief optreedt.” Het doel van de HOVON 151-studie was dan ook het verbeteren van de ziektevrije overleving (DFS) na twee jaar voor patiënten met hoogrisico-DLBCL en een complete metabole remissie na debulking met R-CHOP door middel van een consolidatiebehandeling met atezolizumab.1
Verbetering van de tweejaars-DFS
In deze door onderzoekers geïnitieerde, multicenter, niet-gerandomiseerde fase 2-studie werden 109 patiënten met hoogrisico-DLBCL (een international prognostic index-score van ≥3) geïncludeerd. Zij hadden een complete metabole remissie na zes of acht cycli R-CHOP en ontvingen een consolidatiebehandeling met atezolizumab in een dosering van 1.200 mg elke 3 weken, gedurende maximaal 54 weken. Daarna werden zij gedurende 24 maanden gevolgd. De primaire uitkomstmaat van de studie was een verbetering in de tweejaars-DFS van 78% (gebaseerd op historische data) naar ≥86%. Secundaire uitkomstmaten waren de algehele overleving (OS) en de toxiciteit van de behandeling met atezolizumab. Bij het optreden van immuungerelateerde bijwerkingen moesten patiënten de studie volgens protocol staken. De HOVON 151-studie liep van januari 2019 tot januari 2022, precies tijdens de COVID-19-pandemie.
Onverwacht goede OS
In totaal voltooide 65% van de patiënten de volledige behandeling met atezolizumab en moest 17% de behandeling staken wegens bijwerkingen. “Dit is iets hoger dan het percentage van 10 tot 15% dat gezien wordt bij een adjuvante behandeling met een checkpointremmer bij niet-hematologische maligniteiten”, aldus Nijland.
De tweejaars-DFS was 87,9% (90% BI 81,5-92,1%) en hiermee werd de primaire uitkomstmaat van de studie gehaald. De tweejaars-OS was met 96,3% (90% BI 91,7-98,3%) volgens Nijland onverwacht goed. “Daarom hebben we een analyse gedaan van de vijftien patiënten met een recidief”, zei hij. “De mediane tijd tot een recidief was 9,2 maanden, ongeveer wat we zouden verwachten. Het interessante was dat van deze vijftien patiënten er dertien weer behandeld waren met chemotherapie, waarbij tien van hen een tweede complete remissie behaalden.”
Mogelijke strategie
De meest gerapporteerde bijwerkingen waren infecties, waarvan de helft COVID-19-gerelateerd. Het percentage bijwerkingen van graad 4 was laag: 2,7%. De meest voorkomende immuungerelateerde bijwerkingen waren de endocrinopathieën. “Het percentage immuungerelateerde bijwerkingen van graad 3 of 4 was 4,5%, vergelijkbaar met wat gezien wordt bij de solide tumoren”, zei Nijland. Hij concludeerde dat consolidatie met checkpointremmers een mogelijke strategie kan zijn bij patiënten met hoogrisico-DLBCL.
In een podcast bespreken dr. Jurjen Versluis en dr. Pim Mutsaers interessante studies op het gebied van lymfomen, gepresenteerd tijdens het EHA2024 Hybrid Congress. Zij gaan naast de STARGLO-, ATALANTA-1-, HOVON 151- en ECHO-studie in op de resultaten van de HD21-studie naar BRECADD versus BEACOPP bij gevorderd hodgkinlymfoom. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts
Referentie
1. Nijland M, et al. HemaSphere 2024;8(S1): abstr S236.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 2