Behandeling met belantamab mafodotin in combinatie met pomalidomide en dexamethason zorgde voor een significante verbetering van de progressievrije overleving bij patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom na lenalidomide-onderhoudsbehandeling. Combinaties met belantamab mafodotin kunnen beschouwd worden als nieuwe standaardoptie, aldus prof. dr. Meletios Dimopoulos (Athene, Griekenland), die deze resultaten presenteerde tijdens het EHA2024 Hybrid Congress.
Bijna alle patiënten met multipel myeloom vertonen uiteindelijk progressie onder lenalidomide-onderhoudsbehandeling, en veel patiënten zijn dan resistent tegen middelen waarmee ze in de eerste lijn zijn behandeld, zoals proteasoomremmers en anti-CD38-antilichamen. Daarom zijn nieuwe middelen nodig om deze verworven resistentie tegen te gaan. Belantamab mafodotin (belamaf) is een antilichaam-geneesmiddelconjugaat gericht tegen BCMA en heeft bewezen antimyeloomactiviteit.
DREAMM-8-studie
In de fase 3-DREAMM-8-studie werden 302 patiënten 1:1 gerandomiseerd tussen belamaf met pomalidomide en dexamethason (BPd) of bortezomib, pomalidomide en dexamethason (PVd). De patiënten hadden gerecidiveerd of refractair multipel myeloom (RRMM) na ten minste één eerdere therapielijn waarin lenalidomide zat. Bij een mediane follow-up van 21,8 maanden was in de BPd-arm nog 36% van de patiënten onder behandeling en in de PVd-arm 21%.
Significante verbetering PFS
“De primaire uitkomst van de studie werd succesvol behaald”, meldde Meletios Dimopoulos.1 “Er was een statistisch significante en klinisch relevante verbetering van de progressievrije overleving (PFS) in de BPd-arm, met een hazard ratio van 0,52 (p<0,001).” De mediane PFS werd niet bereikt in de BPd-arm en was 12,7 maanden in de PVd-arm. Het PFS-voordeel met BPd was zichtbaar in alle vooraf gedefinieerde subgroepen, ook in de groepen met een hoog of standaard cytogenetisch risico. “Er was ook een significant voordeel bij patiënten die resistent waren tegen lenalidomide of tegen anti-CD38”, merkte Dimopoulos op.
In de BPd-arm werden vaker diepe responsen bereikt. Ruim twee keer zoveel patiënten bereikten een complete respons of beter (40% versus 16%), en meer patiënten met een CR waren daarbij negatief voor meetbare restziekte (MRD 10-5; 23,9% versus 4,8%). De mediane responsduur werd niet bereikt in de BPd-arm en was 17,5 maanden in de PVd-arm. Ook de tijd tot tweede progressie of overlijden (PFS2) was langer met BPd dan met PVd (mediaan niet bereikt versus 22,4 maanden). “De interimdata betreffende de algehele overleving laten een vroege scheiding van de overlevingscurves zien (HR 0,77), ondanks het feit dat patiënten in de PVd-arm antimyeloomtherapie kregen bij progressie, waaronder therapie gericht tegen BCMA”, zei Dimopoulos.
Oculaire bijwerkingen reversibel
Bijwerkingen van graad 3 of hoger kwamen in beide armen ongeveer even vaak voor, na correctie voor de langere blootstelling aan BPd. Het aantal bijwerkingen dat leidde tot stoppen met de behandeling was in beide armen laag. Oculaire bijwerkingen, zoals wazig zien en droge ogen, kwamen vaker voor in de BPd-arm (alle graden: 89% versus 30%), maar waren in de meeste gevallen reversibel met dosismodificaties. Dit had geen effect op de PFS. De algehele kwaliteit van leven bleef in beide armen stabiel gedurende de tijd.
“Deze resultaten, samen met die van de DREAMM-7-studie, suggereren dat combinaties met belamaf nu beschouwd kunnen worden als nieuwe standaardopties, vanwege de robuuste effectiviteit, hanteerbare veiligheid en het gemak van toediening”, concludeerde Dimopoulos.
De resultaten van de studie werden recentelijk ook gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.2
In een podcast bespreken dr. Jurjen Versluis en prof. dr. Sonja Zweegman interessante studies op het gebied van multipel myeloom (MM), gepresenteerd tijdens het EHA2024 Hybrid Congress. Op het gebied van nieuw-gediagnosticeerde MM bespreken zij naast de PERSEUS- en IMROZ-studie ook de BENEFIT- en CASSIOPEIA-studie. Voor refractair/gerecidiveerd MM gaan zij in op de DREAMM-7- en DREAMM-8-studie en staan ze kort stil bij het pro-con-debat over BCMA-therapieën bij MM-patiënten met een vroeg recidief. Tot slot bespreken zij nog de CARTITUDE-2-studie, waarvan de resultaten van cohort D werden gepresenteerd. Deze podcast is te beluisteren via oncologie.nu/podcasts
Referenties
1. Dimopoulos MA, et al. EHA 2024; abstr LB3440.
2. Dimopoulos MA, et al. N Engl J Med 2024 Jun 2. doi: 10.1056/NEJMoa2403407. Online ahead of print.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 2