Door een aangepast dosisopbouwschema en eenvoudige profylactische maatregelen is het mogelijk de incidentie en ernst van het cytokinereleasesyndroom te verminderen bij een behandeling met epcoritamab voor patiënten met recidiverend of refractair folliculair lymfoom. Dit blijkt uit de resultaten van het optimalisatiecohort van de EPCORE-NHL-1-studie. Prof. dr. Umberto Vitolo (Turijn, Italië) presenteerde deze resultaten tijdens het EHA2024 Hybrid Congress.
Een behandeling met het bispecifieke antilichaam epcoritamab leidde tot diepe en aanhoudende responsen bij patiënten met recidiverend of refractair folliculair lymfoom (R/R FL) in het pivotal cohort van de EPCORE-NHL-1-studie.1 “Door het optreden van het cytokinereleasesyndroom (CRS) te beperken kan de bruikbaarheid van epcoritamab verbeteren, evenals de kwaliteit van leven van patiënten. In het optimalisatie van cyclus 1 (C1 OPT)-cohort van de EPCORE-NHL-1-studie is daarom een aangepast dosisopbouwschema van epcoritamab onderzocht.2 In dit aangepaste schema ontvingen patiënten epcoritamab op dag 1 van cyclus 1 in een dosering van 0,16 mg, op dag 8 in een dosering van 0,8 mg en op dag 15 in een dosering van 3 mg, met daarna de volledige dosering van 48 mg op dag 22. “CRS-profylaxe met dexamethason werd aanbevolen en een ziekenhuisopname was niet verplicht”, zei Umberto Vitolo. Het primaire doel van dit cohort was het bepalen van de incidentie en de ernst van het CRS in het C1 OPT-cohort. “Ook wilden we bepalen of het mogelijk was de eerste volledige dosis van epcoritamab in een poliklinische setting te geven.”
Geen graad 3-CRS
Het pivotal cohort van de EPCORE-NHL-1 bestond uit 128 patiënten, in het C1 OPT-cohort waren 86 patiënten geïncludeerd. In het pivotal cohort was de follow-up 17,4 maanden en in het C1 OPT-cohort 5,7 maanden. “Over het algemeen werd de behandeling met epcoritamab in beide cohorten goed verdragen”, zei Vitolo. 53% van de patiënten in het C1 OPT-cohort had bijwerkingen van graad 3 of hoger. De incidentie van het CRS verminderde van 66% in het pivotal cohort naar 49% in het C1 OPT-cohort. CRS van graad 2 verminderde van 25 naar 9% respectievelijk, en graad 3-CRS werd niet gerapporteerd in het C1 OPT-cohort, maar wel bij 2% van de patiënten in het pivotal cohort. Ook ICANS werd niet gerapporteerd in het C1 OPT-cohort.
Hoge ORR
“54% van de patiënten ontving de volledige dosis epcoritamab in een poliklinische setting”, zei Vitolo. “Bij 77% van deze patiënten trad het CRS op, maar zij waren allen in staat de tekenen en symptomen van CRS tijdig te herkennen.” Het objectieve responspercentage (ORR) was hoog, zei Vitolo verder. In het gepoolde cohort was de ORR 84% en behaalde 65% van de patiënten een complete respons (CR). “Daarnaast had de implementatie van het aangepaste dosisopbouwschema geen negatieve invloed op de werkzaamheid van epcoritamab: de CR-percentages waren vergelijkbaar tussen beide cohorten.” De mediane tijd tot een CR was slechts 1,5 maanden in beide cohorten.
In totaal waren 135 patiënten (in het gepoolde cohort) evalueerbaar voor meetbare restziekte (MRD). Van hen was 66% MRD-negatief. Tot slot bleek het behalen van MRD-negativiteit een goede voorspeller voor de uitkomsten van patiënten. Van de MRD-negatieve patiënten was 78% na twaalf maanden vrij van progressie.
Vitolo concludeerde dat een aanpassing van het dosisopbouwschema van epcoritamab de incidentie en ernst van het CRS aanzienlijk kan verminderen en de volledige dosis in een poliklinische setting toegediend kan worden. Epcoritamab geeft daarbij robuuste ORR’s en CR-percentages. De resultaten van deze studie werden op de dag van de presentatie ook gepubliceerd in de The Lancet Hematology.3
Referenties
1. Linton KM, et al. Blood 2023; 142(Suppl 1):1655.
2. Vitolo U, et al. HemaSphere 2024;8(S1): abstr S234.
3. Linton KM, et al. Lancet Hematol 2024; doi: 10.1016/S2352-3026(24)00166-2. Online ahead of print.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 2