Eerstelijnsbehandeling met asciminib resulteerde in een hoger responspercentage en minder bijwerkingen ten opzichte van huidige standaard tyrosinekinaseremmers bij patiënten met chronische myeloïde leukemie in de chronische fase. Dat blijkt uit de resultaten van de ASC4FIRST-studie, die dr. Andreas Hochhaus (Jena, Duitsland) presenteerde tijdens het EHA2024 Hybrid Congress.
Veel nieuw-gediagnosticeerde patiënten met chronische myeloïde leukemie (CML) vertonen na standaardtherapie met tyrosinekinaseremmers (TKI’s) geen optimale respons. Langdurig gebruik van TKI’s is bovendien geassocieerd met bijwerkingen, en ook laaggradige bijwerkingen die lang aanhouden kunnen een negatief effect hebben op therapietrouw. Asciminib bindt aan de ABL-myristoyl-pocket, en heeft een ander werkingsmechanisme dan de standaard TKI’s die gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met CML in de chronische fase (CML-CP). De ASC4FIRST-studie is de eerste studie waarin asciminib wordt vergeleken met alle huidige standaard TKI’s bij patiënten met nieuw-gediagnosticeerde CML-CP.
Asciminib versus TKI’s
In de fase 3-ASC4FIRST-studie werden 405 patiënten geïncludeerd die maximaal twee weken behandeld waren met imatinib, bosutinib, dasatinib of nilotinib. Voor randomisatie werd in overleg met de patiënt een standaard TKI (imatinib of een tweedegeneratie-TKI) gekozen door de behandelaar. De patiënten werden gestratificeerd volgens de geselecteerde TKI en ELTS-risicocategorie. Na 1:1 randomisatie kregen de patiënten asciminib of de vooraf geselecteerde TKI (IS-TKI). De coprimaire uitkomstmaten waren de major moleculaire respons (MMR) na 48 weken met asciminib versus alle TKI’s en met asciminib versus imatinib in het imatinib-stratum. In het imatinib-stratum waren meer patiënten ouder dan 65 jaar en hadden meer patiënten een hoger cardiovasculair risico, wat de keuze voor imatinib in deze subgroep reflecteert.
Hoger responspercentage
Na een mediane follow-up van 16,3 maanden is 86,1% van de patiënten in de asciminib-arm nog onder behandeling, en 68,6% in de IS-TKI-arm.1 In de IS-TKI-arm stopten ongeveer twee keer zoveel patiënten met de behandeling dan in de asciminib-arm, vooral vanwege therapiefalen of bijwerkingen. “Na 48 weken bereikte 67,7% van de patiënten MMR met asciminib versus 49,0% met een IS-TKI (p<0,001) en werd de eerste primaire uitkomst bereikt. In de cumulatieve responscurve is al vroeg een onderscheid zichtbaar in MMR, meer dan 25% na twaalf weken. Dat is heel vroeg en is nog niet eerder gezien met andere TKI’s”, aldus Andreas Hochhaus. Vroege en diepe moleculaire responsen (MR4 en MR4,5) werden vaker gezien met asciminib dan met IS-TKI’s.
Ook in het imatinib-stratum was het MMR-percentage na 48 weken hoger met asciminib dan met een IS-TKI (69,3% versus 40,2%; p<0,001), waarmee ook de tweede primaire uitkomst werd bereikt. Het voordeel van asciminib werd gezien in alle demografische en prognostische subgroepen.
Minder bijwerkingen
“Asciminib had een gunstig veiligheids- en verdraagbaarheidsprofiel”, zei Hochhaus. Bijwerkingen van graad 3 of hoger kwamen voor bij 38% met asciminib, 44% met imatinib en 55% met een tweedegeneratie-TKI. Voorbijgaande cytopenie en de meeste non-hematologische bijwerkingen kwamen minder vaak voor met asciminib dan met de andere TKI’s. Arteriële occlusies kwamen voor bij twee patiënten die werden behandeld met asciminib en twee patiënten die werden behandeld met een tweedegeneratie-TKI, en niet met imatinib.
“Asciminib vormt mogelijk een uitbreiding en verbetering van de eerstelijnsbehandelopties voor CML-CP”, concludeerde Hochhaus. De resultaten van deze studie werden recentelijk gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.2
Referenties
1. Hochhaus A, et al. HemaSphere 2024;8(S1): abstr S103.
2. Hochhaus A, et al. N Engl J Med 2024 May 31. doi: 10.1056/NEJMoa2400858. Online ahead of print.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 2