In de oncologische zorg ligt een onderwerp dat vaak onbesproken blijft: seksualiteit. Mammacare-verpleegkundigen Krisja Berrevoets (Maasziekenhuis Pantein in Beugen) en Esther Berghout (Elisabeth TweeSteden Ziekenhuis, Tilburg) namen het initiatief om dit thema te verkennen. Hun onderzoeksproject biedt nieuwe perspectieven hoe zorgverleners seksualiteit bespreekbaar kunnen maken. Dit artikel belicht hun bevindingen en biedt praktische adviezen om seksualiteit een plaats te geven in de spreekkamer.
“In de opleiding tot verpleegkundige leer je dat seksualiteit een onderwerp is dat je bespreekbaar moet maken”, zegt Krisja Berrevoets. “Veel verpleegkundigen ervaren echter barrières zoals ongemak, schaamte of een gebrek aan kennis en handvatten om het onderwerp adequaat te adresseren.”
Ze ontmoette Esther Berghout bij de opleiding mammacare. “We hebben samen onze afstudeeropdracht gedaan en die gewijd aan borstkanker en seksualiteit. Dit onderwerp leek ons beiden uitermate interessant en relevant,” vertelt Berghout.
“Uit ons literatuuronderzoek blijkt dat de behandeling van borstkanker van invloed is op de seksualiteit van de patiënt, zowel fysiek als psychologisch. Vooral een borstamputatie, chemo- en endocriene therapie hebben een grote impact op de ervaren seksuele levenskwaliteit,” aldus Berrevoets. “We wilden onderzoeken wat de effecten zijn van het bespreekbaar maken van dit onderwerp, en hoe zorgverleners dat het beste kunnen doen.”
Het gesprek starten
Eerst deden Berrevoets en Berghout op hun eigen afdelingen een nulmeting. “Hieruit bleek dat zorgverleners niet altijd goed weten hoe ze seksualiteit bespreekbaar kunnen maken en welke interventies ze kunnen inzetten,” vertelt Berghout. “Onder de mammacare-verpleegkundigen heerste de vraag wanneer ze dit onderwerp het beste kunnen aankaarten. Ook is er variatie in hoe bekwaam zorgverleners zichzelf vinden om het onderwerp te bespreken.”
Ze vervolgt: “Uit ons onderzoek blijkt dat er niet een standaardmoment hoeft te zijn om seksualiteit te bespreken. De timing is sterk afhankelijk van de individuele patiënt en hun traject. Patiënten ervaren vaak een drempel om het zelf aan te kaarten. Ze waarderen het zeer als de zorgprofessional de eerste stap zet.” Berrevoets vult haar aan: “Het gesprek hoeft niet altijd lang te duren. Het gaat er vooral om dat het onderwerp wordt aangesneden. En dat de patiënt en diens naasten weten dat de deur openstaat voor verdere gesprekken. Dit geldt trouwens niet alleen voor borstkanker. Elke ziekte kan impact hebben op seksualiteit, en vragen om een aanpassing hoe ermee om te gaan.”
Van ongemak naar openheid
Volgens hen ligt de sleutel bij het zelf initiëren van een open gesprek. “Laatst had ik een patiënt die het spannend vond om over haar klachten rondom seksualiteit te praten,” vertelt Berrevoets. “Door een open gesprek te voeren, ervaarde zij de ruimte om haar zorgen te uiten en samen met mij haar klachten te exploreren. De oorzaak kan namelijk fysiek of psychisch van aard zijn. Dat vraagt om verschillende interventies. Seksualiteit brengt vaak meer ongemak met zich mee dan andere onderwerpen. Door het normaliseren van het gesprek en er openlijk over te praten, voelde het voor de patiënt helemaal niet ongemakkelijk.” Ze benadrukt: “Het is dus cruciaal dat wij als zorgverleners de eerste stap zetten. Als we dat niet doen, blijven dit soort belangrijke onderwerpen onbesproken.”
Berghout deelt haar ervaring: “Voor mij was het aanvankelijk ongemakkelijk om over seksualiteit te praten. Inmiddels zie en voel ik het belang ervan. Als je als zorgverlener het onderwerp normaal benadert, reageren patiënten daar positief op. Het is een kwestie van wennen en ervaring opdoen. Zo wordt het bespreken van seksualiteit een natuurlijk onderdeel van de zorg.”
Educatie als fundament
Wat Berghout en Berrevoets erg hielp, was het college van een seksuoloog in de opleiding mammacare. “Dat college heeft mijn ogen geopend,” vertelt Berrevoets. “Vooral hoe een borstamputatie de seksualiteitsbeleving beïnvloedt. Uit de cijfers blijkt dat maar een klein deel van de partners, slechts 4%, moeite heeft met de fysieke veranderingen na een amputatie. Patiënten verwachten zelf vaak dat hun partner dit veel lastiger vindt.”
Ze vervolgt: “Een aandoening en de behandeling ervan kan het zelfbeeld van iemand sterk beïnvloeden. Dat geeft ongemak of onzekerheid, en kan ertoe leiden dat patiënten zich terugtrekken. Tegelijkertijd probeert de partner vaak juist ruimte te geven, om geen druk te leggen op het gebied van seksualiteit. Dat kan de zorgen van de patiënt juist onbedoeld versterken. Zeker als er niet over gesproken wordt. Een open dialoog tussen partners kan veel misverstanden wegnemen. Vaak blijkt dat ze veel meer op één lijn liggen dan ze aanvankelijk dachten, of ontstaat er wederzijds begrip.”
“Die les onderstreepte ook het verschil in perceptie tussen patiënten en partners,” aldus Berghout. “Het laat zien dat kleine misverstanden een grote invloed kunnen hebben op de liefdesrelatie en seksuele connectie. Dit soort kennis kunnen we direct toepassen in de praktijk. Het stelt ons in staat om patiënten te adviseren over het belang van open communicatie en hen te informeren over de mogelijke verschillen in perceptie tussen partners.”
Open dialoog
Berrevoets en Berghout hebben een aantal adviezen voor het gesprek over seksualiteit in de spreekkamer. “Vaak willen wij als zorgverleners direct een oplossing bieden voor problemen die patiënten aankaarten,” zegt Berrevoets. “Simpelweg luisteren en doorvragen kan al een grote steun zijn. We hoeven niet alles zelf op te lossen. Voor complexere zaken kun je doorverwijzen naar gespecialiseerde professionals. Bijvoorbeeld een seksuoloog, psycholoog of oncologisch fysiotherapeut. Het belangrijkste is dat het gesprek over seksualiteit gevoerd wordt.”
Berghout vult haar aan: “Het is essentieel om zelf over die drempel te stappen. Hoe meer ervaring je opdoet, hoe gemakkelijker het wordt. Het is belangrijk te beseffen dat je niet alle antwoorden hoeft te hebben. Het belangrijkste is dat we het onderwerp bespreekbaar maken, zodat patiënten weten dat ze erover kunnen praten.”
“Er zijn ook ondersteuningsmogelijkheden,” vervolgt ze. “Er is bijvoorbeeld de richtlijn Veranderende seksuele gezondheid met een toolbox voor verwijzingen en voorbeeldvragen om het gesprek te openen.1 Er zijn podcasts met tips en tricks. Ook Borstkankervereniging Nederland heeft een informatiepakket.2 Kennis is een belangrijke basis en geeft vertrouwen. Maar het is ook een kwestie van doen. Door het onderwerp seksualiteit vaker aan te snijden, zie je de positieve impact die het kan hebben.”
Referenties
1. Richtlijn Veranderende seksuele gezondheid. Te raadplegen via www.venvn.nl/richtlijnen/alle-richtlijnen/richtlijn-veranderende-seksuele-gezondheid/
2. Roze Olifant. Borstkankervereniging Nederland. Te raadplegen via www.borstkanker.nl/leven-met-borstkanker/late-gevolgen/seksualiteit/roze-olifant
Drs. Tessa Lange, wetenschapsjournalist
Oncologie Up-to-date 2024 vol 15 nummer 3