Geeft het leveren van vroege palliatieve zorg bij gevorderde longkanker via videoconsulten een vergelijkbare patiëntgerapporteerde kwaliteit van leven als via fysieke consulten? Het positieve antwoord op deze vraag kwam van de gerandomiseerde REACH PC-studie, waarvan dr. Joseph Greer (Boston, Verenigde Staten) de resultaten presenteerde tijdens de 2024 ASCO Annual Meeting.
“Onder andere de ASCO-richtlijnen adviseren al vanaf de diagnose gevorderde longkanker palliatieve zorg toe te passen”, zei Joseph Greer. “Helaas zijn er verschillende barrières waardoor niet alle patiënten deze zorg ontvangen. Een veelbelovende oplossing om een deel van deze barrières te slechten is het doen van videoconsulten via telehealth. Dit heeft sinds de COVID-19-pandemie een enorme vlucht genomen. En ondanks dat veel instellingen nu de mogelijkheid hebben om videoconsulten aan te bieden, is het op dit moment onduidelijk of het effect van het leveren van vroege palliatieve zorg aan patiënten met gevorderde longkanker via de virtuele modaliteit gelijk is aan het geven van deze zorg via fysieke afspraken.” In de REACH PC-studie is antwoord gezocht op deze vraag.1
Tevredenheid over zorg
In deze studie werden 1.250 patiënten met gevorderde longkanker waarvoor geen in opzet curatieve behandeling mogelijk was, geïncludeerd. Voor hun mantelzorgers was studiedeelname optioneel. Het primaire doel van de studie was na te gaan of het leveren van vroege palliatieve zorg via videoconsulten een vergelijkbaar effect had op de patiëntgerapporteerde kwaliteit van leven als fysieke afspraken. Dit werd gemeten met de Functional Assessment of Cancer Therapy - Lung (FACT-L)-vragenlijst, waarbij de marge een verschil van maximaal vier punten was. Secundaire doelen waren het bepalen van de tevredenheid over de geleverde zorg (gemeten met de Satisfaction and Care Delivery Questionnaire) en in welke mate mantelzorgers bij de consulten aanwezig waren. Een verschil in symptomen als angst en depressie was een verkennende uitkomstmaat (gemeten met de Hospital Anxiety & Depression Scale, HADS). Patiënten vulden de vragenlijsten voorafgaand aan randomisatie in, en na week 12, 24, 36 en 48. De primaire uitkomstmaat was de kwaliteit van leven na 24 weken, waarvan Greer nu de resultaten presenteerde.
Bevestiging hypothese
Het mediane aantal studieconsulten na 24 weken was vergelijkbaar in beide studiearmen (4,7 voor de videoconsulten en 4,9 voor de fysieke afspraken). Greer: “De resultaten van de studie bevestigden onze primaire hypothese: de kwaliteit van leven bij het leveren van vroege palliatieve zorg was vergelijkbaar tussen beide studiegroepen.” De aangepaste gemiddelde FACT-L-score was 99,7 in de groep die videoconsulten deed en 97,7 in de groep die fysieke afspraken had (een verschil van 2,0 punten; 90% BI 0,1-3,9; p=0,04). Ook verschilden de groepen niet in tevredenheid over de geleverde zorg. “Maar in tegenstelling tot onze hypothese waren mantelzorgers vaker aanwezig bij de fysieke afspraken dan bij de videoconsulten (respectievelijk 49,7% versus 36,6%; p<0,001).” De verkennende uitkomstmaat rond patiëntgerapporteerde angst en depressie verschilde dan weer niet significant tussen beide groepen.
Greer concludeerde dat het leveren van vroege palliatieve zorg via videoconsulten of fysieke afspraken een gelijkwaardig effect heeft op de kwaliteit van leven bij patiënten met gevorderde longkanker. “Deze bevindingen benadrukken het belang van het vergroten van toegang tot vroege palliatieve zorg door middel van telehealth.”
Referentie
1. Greer JA, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl 17): abstr LBA3.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist