Na een follow-up van vijf jaar is de mediane progressievrije overleving (PFS) met lorlatinib nog steeds niet bereikt bij patiënten met gevorderd, ALK-positief niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). Dr. Benjamin Solomon (Melbourne, Australië) presenteerde deze resultaten van de CROWN-studie tijdens de 2024 ASCO Annual Meeting. “Deze PFS is voor zover wij weten de langste PFS met doelgerichte therapie gerapporteerd bij gevorderd NSCLC.”
De CROWN-studie is een nog lopende, wereldwijde fase 3-studie waarin patiënten met ALK-positief, gevorderd NSCLC 1:1 gerandomiseerd werden naar een eerstelijnsbehandeling met lorlatinib (n=149) of crizotinib (n=147). De primaire uitkomstmaat was de PFS bepaald door blinded independent central review (BICR) en de studie was positief voor deze uitkomstmaat, vertelde Benjamin Solomon. “Een geplande interimanalyse na achttien maanden follow-up liet een betere PFS zien met lorlatinib versus crizotinib, met een HR van 0,29.”1 De mediane PFS was op dat moment 9,3 maanden met crizotinib en nog niet bereikt met lorlatinib. In zijn presentatie besprak Solomon de resultaten van de PFS en de tijd tot intracraniële progressie zoals bepaald door de onderzoekers. Ook ging hij in op de resultaten van veiligheids- en biomarkeranalyses.2
Vrij van intracraniële progressie
De mediane duur van de follow-up voor de PFS was 60,2 maanden in de lorlatinib-arm en 55,1 maanden in de crizotinib-arm. Met deze follow-up was de mediane PFS nog steeds niet behaald met lorlatinib versus 9,1 maanden met crizotinib, liet Solomon zien (HR 0,19; 95% BI 0,13-0,27). “Na zestig maanden was het percentage patiënten dat vrij was van progressie 60% met lorlatinib en 8% met crizotinib.” Het benodigde aantal events voor een analyse van de algehele overleving (OS) had nog niet plaatsgevonden en de follow-up voor de OS is nog gaande.
Het voordeel met lorlatinib werd gezien in alle vooraf gespecificeerde subgroepen, waarbij Solomon inzoomde op de patiënten met en zonder hersenmetastasen op baseline. In zowel de groep met als de groep zonder hersenmetastasen was de mediane PFS met lorlatinib niet bereikt (HR respectievelijk 0,08 en 0,24). In de intention-to-treat (ITT)-populatie was de mediane tijd tot intracraniële progressie nog niet bereikt met lorlatinib versus 16,4 maanden met crizotinib (HR 0,06; 95% BI 0,03-0,12). Solomon: “De kans om na zestig maanden vrij te zijn van intracraniële progressie was 92% met lorlatinib versus 21% met crizotinib.”
Moleculaire subgroepen
Het veiligheidsprofiel van lorlatinib kwam overeen met wat in eerdere analyses gerapporteerd is. Bijwerkingen van graad 3 of 4 werden bij 77% van de patiënten in de lorlatinib-arm en bij 57% van de patiënten in de crizotinib-arm gezien. “Deze hogere incidentie met lorlatinib werd voornamelijk veroorzaakt door hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, gewichtstoename en hypertensie.” Dosisreducties van lorlatinib leken geen effect te hebben op de werkzaamheid wat betreft de PFS en tijd tot intracraniële progressie. Daarnaast leek lorlatinib ook werkzaam bij moleculaire subgroepen met een slechtere prognose, zoals patiënten met een EML4::ALK-fusievariant en patiënten met een TP53-comutatie.
“Deze resultaten wat betreft de werkzaamheid samen met de bescherming tegen intracraniële progressie en de afwezigheid van nieuwe signalen rondom het veiligheidsprofiel laten zien dat een eerstelijnsbehandeling met lorlatinib een ongekende verbetering in uitkomsten betekent voor patiënten met ALK-positief, gevorderd NSCLC”, aldus Solomon. De resultaten van de CROWN-studie zijn gelijktijdig met de presentatie gepubliceerd in het Journal of Clinical Oncology.3
Referenties
1. Shaw AT, et al. N Engl J Med 2020;383:2018-29.
2. Solomon BJ, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl 17): abstr LBA8503.
3. Solomon BJ, et al. J Clin Oncol 2024; JCO2400581.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist