Bij patiënten met gemetastaseerd urotheelcarcinoom en alleen lymfekliermetastasen geeft een behandeling met gemcitabine/cisplatine plus nivolumab aanhoudende ziektecontrole en klinisch betekenisvolle verbeteringen van de progressievrije en algehele overleving versus gemcitabine/cisplatine alleen. Dit blijkt uit een post-hocanalyse van de CheckMate 901-studie, waarvan dr. Matthew Galsky (New York, Verenigde Staten) de resultaten presenteerde tijdens de 2024 ASCO Annual Meeting.
Lange tijd was chemotherapie met gemcitabine/cisplatine (gem/cis) de standaardbehandeling voor patiënten met gemetastaseerd urotheelcarcinoom (mUC). Het toevoegen van nivolumab aan dit regime, zoals onderzocht in de CheckMate 901-studie, liet een significante verbetering van de algehele overleving (OS) en progressievrije overleving (PFS) zien, evenals een hoger objectief responspercentage (ORR) en meer complete responsen (CR’s) ten opzichte van chemotherapie alleen.1 “Niet alleen zagen we een verschil in de kwantiteit van CR’s met gem/cis plus nivolumab, maar ook in de kwaliteit”, zei Matthew Galsky. “Dit heeft ons ertoe aangezet een post-hocanalyse uit te voeren waarin we de subgroep van patiënten met een CR nader evalueerden.”2
Alleen lymfekliermetastasen
In de CheckMate 901-studie werden 608 patiënten met voorheen onbehandeld mUC gerandomiseerd naar een behandeling met gem/cis plus nivolumab of gem/cis alleen. De mediane follow-up voor de huidige analyse was 33,6 maanden. “Van alle gerandomiseerde patiënten in de groep die gem/cis plus nivolumab ontving, behaalde 18% een CR. Dit was het geval voor 52% van de patiënten in de subgroep met alleen lymfekliermetastasen.” Galsky zoomde verder in op deze populatie.
Aanhoudende CR
De ORR in de subgroep van patiënten met alleen lymfekliermetastasen die gem/cis plus nivolumab ontvingen, was 81,5%, waarbij 63,0% een CR behaalde. De patiënten met alleen lymfekliermetastasen die behandeld waren met gem/cis behaalde een ORR van 64,3%, met een CR bij 33,9%. De mediane tijd tot een CR bij patiënten met alleen lymfekliermetastasen was kort: ongeveer twee maanden met zowel chemotherapie alleen als met de combinatiebehandeling. De mediane duur van de CR was 8,7 maanden met gem/cis en nog niet behaald met gem/cis plus nivolumab. Ook werd er bij patiënten met alleen lymfekliermetastasen in de combinatiegroep vaker een aanhoudende CR gezien zonder dat verdere behandeling nodig was. Verder was de mediane OS in de subgroep met alleen lymfekliermetastasen 46,3 maanden met gem/cis plus nivolumab en 24,9 maanden met alleen gem/cis (HR 0,58; 95% BI 0,34-1,00). De mediane PFS was respectievelijk 30,5 versus 8,8 maanden (HR 0,38; 95% BI 0,22-0,66).
“De subgroep van mUC-patiënten met alleen lymfekliermetastasen moeten we als een aparte entiteit beschouwen en met de eerstelijnsbehandeloptie van gem/cis plus nivolumab kunnen we het ziektebeloop van deze patiënten flink veranderen”, aldus Galsky.
Referenties
1. Van der Heijden MS, et al. N Engl J Med 2023;389:1778-89.
2. Galsky MD, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl 16): abstr 4509.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 2
Commentaar dr. Michiel van der Heijden, internist-oncoloog, Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam
Circulerend tumor (ct)-DNA is een gevoelige marker bij blaaskanker en er zijn veel toepassingen te bedenken waarbij het bepalen van ctDNA nuttig kan zijn. Tijdens de 2024 ASCO Annual Meeting werden ctDNA-analyses van de KEYNOTE-361-studie gepresenteerd.1 Hierbij werd gekeken naar de patiënten met voorheen onbehandeld gevorderd urotheelcarcinoom (UC) die behandeld waren met chemotherapie of pembrolizumab. Na drie weken is geëvalueerd of er sprake was van een daling of klaring van het ctDNA. Binnen de groep die pembrolizumab ontving, was minder vaak sprake van een daling of klaring van de ctDNA-waarden dan bij chemotherapie. Maar de uitkomsten in de pembrolizumabgroep met een aanzienlijke daling waren erg goed, beter dan de uitkomsten in de groep die behandeld werd met chemotherapie en ook een daling van het ctDNA had. Dit laat zien dat ctDNA een interessante marker zou kunnen zijn, zeker voor immunotherapie.
De CheckMate 901-studie heeft eerder al laten zien dat een behandeling met cisplatine/gemcitabine plus nivolumab bij een deel van de patiënten met gemetastaseerd UC tot een snelle, diepe en langdurige respons leidde, die beter was dan met alleen chemotherapie.2 Een belangrijke vraag was daarna: kunnen we de patiënten met een goede respons identificeren? In een post-hocanalyse is dit onderzocht en de resultaten werden tijdens het ASCO-congres gepresenteerd.3 Deze analyse laat, niet geheel onverwacht misschien, zien dat vooral in de groep patiënten met alleen lymfekliermetastasen het percentage complete responsen hoog was. Deze groep deed het beduidend beter met cisplatine/gemcitabine plus nivolumab dan met alleen cisplatine/gemcitabine, en heeft daar ook langdurig voordeel van.
Referenties
1. Powles T, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl 16): abstr 4518.
2. Van der Heijden MS, et al. N Engl J Med 2023;389:1778-89.
3. Galsky MD, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl 16):abstr 4509.
In een podcast bespreken prof. dr. ir. Koos van der Hoeven en dr. Michiel van der Heijden naast bovenstaande studies ook de patiëntgerapporteerde uitkomsten van de fase 3-EV-302-studie, de interimresultaten van de SURE-01-studie naar de neoadjuvante behandeling van spierinvasief blaascarcinoom met sacituzumab govitecan, de AURA-studie naar de neoadjuvante behandeling van spierinvasief urotheelcarcinoom met avelumab en de fase 2-ULTIMA-studie naar FOLFIRINOX bij urachuscarcinoom. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts