Bij patiënten met gevorderd epitheliaal ovariumcarcinoom is retroperitoneale lymfadenectomie tijdens complete cytoreductieve chirurgie niet geassocieerd met een significant betere algehele of progressievrije overleving. Daarnaast is retroperitoneale lymfadenectomie geassocieerd met meer postoperatieve morbiditeit. Deze resultaten van de fase 3-CARACO-studie werden tijdens de 2024 ASCO Annual Meeting gepresenteerd door prof. dr. Jean-Marc Classe (Nantes, Frankrijk).
Neoadjuvante chemotherapie gevolgd door complete primaire of intervalchirurgie en retroperitoneale lymfadenectomie (RPL) is de geadviseerde behandeling bij patiënten met gevorderd epitheliaal ovariumcarcinoom met een verdenking op positieve lymfeklieren. “Ook bij patiënten zonder deze verdenking blijkt echter uit systemische lymfadenectomie dat bijna de helft van deze patiënten toch positieve lymfeklieren heeft.1 Desalniettemin is bij deze patiënten het uitvoeren van een RPL tijdens primaire chirurgie niet geassocieerd met een betere algehele en progressievrije overleving (OS en PFS). Een onbeantwoorde vraag is wat de meerwaarde is van systemische lymfadenectomie tijdens intervalchirurgie”, aldus Jean-Marc Classe.2
CARACO-studie
In de gerandomiseerde fase 3-CARACO-studie worden de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van neoadjuvante behandeling met chemotherapie gevolgd door primaire of intervalchirurgie met of zonder RPL bij patiënten met gevorderd epitheliaal ovariumcarcinoom zonder verdachte retroperitoneale lymfeklieren. De primaire uitkomstmaat is de PFS.
In totaal werden tijdens chirurgie 186 patiënten gerandomiseerd naar chirurgie met RPL en 193 patiënten naar chirurgie zonder RPL.3 De baselinekenmerken van beide studiearmen waren goed gebalanceerd.
Geen significant verschil
Binnen dertig dagen na chirurgie kwam ernstige morbiditeit, waaronder de noodzaak van re-interventie of bloedtransfusie, significant vaker voor in de RPL-arm dan in de controlearm. Er was in deze periode echter geen significant verschil in de mortaliteit in beide armen.
Daarnaast bleek er tussen beide armen geen significant verschil in PFS te zijn, waardoor de primaire uitkomstmaat niet werd gehaald. De mediane PFS was 18,6 maanden in de RPL-arm versus 14,8 maanden in de controlearm (HR 0,96; 95% BI 0,77-1,20; p=0,712). Classe: “Hoewel de mediane OS beter was in de RPL-arm dan in de controlearm, 58,8 versus 48,9 maanden, was dit verschil niet statistisch significant (HR 0,92; 95% BI 0,72-1,17; p=0,489). Ook in de geanalyseerde subgroepen, waaronder hooggradig sereuze/endometrioïde eierstokkanker, was er tussen de twee armen geen significant verschil in de OS of PFS.”
Beperkingen
Onder de beperkingen van de CARACO-studie noemde Classe ten eerste het lagere aantal events dan was verwacht. Classe: “Maar zelfs als 22 ‘ontbrekende’ events werden toegevoegd aan de slechtste arm, zou er geen significant verschil in PFS zijn.” Ten tweede noemde Classe het ontbreken van gegevens over de mutatiestatus van de tumoren, en ten derde de combinatie van primaire en intervalchirurgie in dezelfde studie. “Deze combinatie is echter een weerspiegeling van de dagelijkse praktijk bij deze patiëntenpopulatie”, aldus Classe.
Referenties
1. Morice P, et al. J Am Coll Surg 2003;197:198-205.
2. Harter P, et al. N Engl J Med 2019;380:822-32.
3. Classe JM, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl_17): abstr LBA5505.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2024 vol 9 nummer 2
Commentaar dr. Judith Kroep, internist-oncoloog, Leids Universitair Medisch Centrum, Leiden
In Chicago werden tijdens de 2024 ASCO Annual Meeting verschillende studies besproken naar nieuwe behandelingen bij patiënten met gynaecologische tumoren. Bijvoorbeeld van de CARACO-studie, waarin de toegevoegde waarde wordt onderzocht van retroperitoneale lymfadenectomie (RPL) bij patiënten met gevorderd epitheliaal ovariumcarcinoom zonder verdachte retroperitoneale lymfeklieren die worden behandeld met interval debulking chirurgie na neoadjuvante chemotherapie. De resultaten van deze studie lieten zien dat de toevoeging van RPL aan cytoreductieve chirurgie niet geassocieerd was met een betere algehele en progressievrije overleving (OS en PFS), maar wel met een toename van de postoperatieve morbiditeit.1 Deze resultaten versterken die van de LION-studie, waaruit bleek dat bij patiënten met gevorderd ovariumcarcinoom zonder verdachte lymfeklieren primaire chirurgie plus RPL vergeleken met primaire chirurgie zonder RPL geassocieerd was met een vergelijkbare OS en PFS.2 RPL heeft dus geen meerwaarde bij patiënten met gevorderd ovariumcarcinoom die met primaire of interval debulking chirurgie behandeld worden.
In de gerandomiseerde fase 3-SOC-1-studie werd bij patiënten met gerecidiveerd, platinagevoelig ovariumcarcinoom de uitkomst bepaald van secundaire cytoreductieve chirurgie gevolgd door chemotherapie versus chemotherapie alleen. Uit eerdere resultaten van deze studie bleek dat de toevoeging van chirurgie aan chemotherapie geassocieerd was met een significant betere PFS, wat samen met de OS een primaire uitkomstmaat was.3 De huidige resultaten betroffen de eindanalyse van de OS. Daaruit bleek dat na een mediane follow-up van 82,5 maanden chirurgie plus chemotherapie vergeleken met chemotherapie alleen niet geassocieerd was met een significant betere OS in de intention-to-treat-populatie (HR 0,80; 95% BI 0,61-1,05; p=0,11).4,5 Na correctie voor de 35% cross-over van de controlearm naar de chirurgie-arm werd echter wel een OS-verschil geconstateerd: mediaan 58,1 maanden in de chirurgie-arm versus 49,5 maanden in de controlearm (HR 0,76; 95% BI 0,58-0,99). Bovendien was de behandelingsvrije overleving na zestig maanden 13,2% in de chirurgie-arm versus 2,9% in de controlearm. Deze resultaten suggereren dat een secundaire debulking door chirurgie, eventueel ook later in het beloop, een interessante optie kan zijn bij patiënten met gerecidiveerd, platinagevoelig ovariumcarcinoom.
Referenties
1. Classe JM, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl_17): abstr LBA5505.
2. Harter P, et al. N Engl J Med 2019;380:822-32.
3. Shi T, et al. Lancet Oncol 2021;22:439-49.
4. Zang R, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl 16): abstr 5520.
5. Jiang R, et al. Nat Med 2024 Jun 1. doi: 10.1038/s41591-024-02981-0. Online ahead of print.
In een podcast met prof. dr. ir. Koos van der Hoeven bespreekt dr. Judith Kroep naast bovenstaande studies onder andere de resultaten van een fase 2-studie naar neoadjuvante combinatiebehandeling met de PD-1-remmer sintilimab, paclitaxel en cisplatine bij patiënten met nieuw-gediagnosticeerd, lokaal gevorderd cervixcarcinoom. Daarnaast is er onder meer aandacht voor een fase 2-studie naar durvalumab plus HPV-vaccinatie bij cervixcarcinoom en voor de AXLerate-OC-studie naar de uitkomst van de AXL-remmer batiraxcept plus paclitaxel bij patiënten met platinaresistent ovariumcarcinoom. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts