Uit de resultaten van de AGO-OVAR 2.29/ENGOT-ov34-studie blijkt dat de toevoeging van atezolizumab aan bevacizumab plus niet-platinabevattende chemotherapie niet geassocieerd is met een verbetering van de progressievrije en algehele overleving bij patiënten met gerecidiveerd ovariumcarcinoom. Daarnaast was deze toevoeging geassocieerd met een toename van de toxiciteit, zo bleek tijdens de 2024 ASCO Annual Meeting uit de presentatie van prof. dr. Frederik Marmé (Mannheim, Duitsland).
Bij patiënten met gerecidiveerd ovariumcarcinoom die niet in aanmerking komen voor platinabevattende chemotherapie zijn paclitaxel en gepegyleerd liposomaal doxorubicine (PLD) standaardbehandelopties. Uit klinisch onderzoek bleek dat de toevoeging van bevacizumab aan chemotherapie geassocieerd was met een betere werkzaamheid bij patiënten met ovariumcarcinoom.1
In de AGO-OVAR 2.29/ENGOT-ov34-studie wordt bij patiënten met gerecidiveerd ovariumcarcinoom de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van atezolizumab of placebo in combinatie met bevacizumab plus niet-platinabevattende chemotherapie (paclitaxel of PLD). De huidige analyse betreft de definitieve progressievrije en algehele overleving (PFS en OS), de coprimaire uitkomstmaten van de studie.
Geen verbetering
Uit de resultaten blijkt dat de toevoeging van atezolizumab aan bevacizumab plus chemotherapie niet geassocieerd was met een significant betere PFS en OS.2 “De mediane PFS was 6,4 maanden in de atezolizumab-arm en 6,7 maanden in de placeboarm (HR 0,87; 95% BI 0,73-1,04; p=0,12). De mediane OS was 14,2 maanden in de atezolizumab-arm en 13,07 maanden in de placeboarm (HR 0,83; 95% BI 0,68-1,01; p=0,06). Daarnaast was er geen verschil in het objectieve responspercentage in beide armen: 39,6% in de atezolizumabarm en 43,5 in de placeboarm. Wel was de mediane responsduur langer in de atezolizumab-arm: 8,6 maanden versus 6,1 maanden in de placeboarm. Verder had de expressie van PD-L1 in de tumor geen effect op de werkzaamheid van de combinatietherapie met atezolizumab. Patiënten die eerder waren behandeld met bevacizumab en patiënten die behandeld werden met paclitaxel leken meer baat te hebben bij de toevoeging van atezolizumab”, aldus Frederik Marmé.
Toxiciteit
De incidentie van bijwerkingen en bijwerkingen van graad 3 of hoger was vergelijkbaar in beide studiearmen. Marmé: “Ernstige bijwerkingen kwamen echter vaker voor in de atezolizumab-arm dan in de placeboarm: 63,7% versus 51,4%. Hetzelfde gold voor bijwerkingen van graad 3 of hoger die waarschijnlijk gerelateerd waren aan atezolizumab versus placebo. Bijwerkingen van bijzonder belang gerelateerd aan atezolizumab of placebo kwamen ongeveer twee keer zo vaak voor in de atezolizumab-arm als in de placeboarm. Bijwerkingen die vaker in de atezolizumab-arm voorkwamen dan in de placeboarm waren anemie, diarree, dyspneu en verslechtering van de gezondheidsstatus.”
Referenties
1. Pujade-Lauraine E, et al. J Clin Oncol 2014;32:1302-8.
2. Marmé F, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl_17): abstr LBA5501.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer