Een geüpdatete analyse van de DESTINY-Breast03-studie bevestigt dat T-DXd vergeleken met T-DM1 geassocieerd is met een significant betere progressievrije en algehele overleving bij patiënten met eerder behandeld, HER2-positief mammacarcinoom. Ondanks de langere behandelduur blijft de behandeling met T-DXd ook beheersbaar, zo bleek tijdens de 2024 ASCO Annual Meeting uit de presentatie van dr. Erika Hamilton (Nashville, Verenigde Staten).
In de DESTINY-Breast03-studie wordt de uitkomst onderzocht van trastuzumab deruxtecan (T-DXd) versus trastuzumab emtansine (T-DM1) bij patiënten met HER2-positief, gemetastaseerd mammacarcinoom die eerder behandeld waren met trastuzumab en een taxaan. De resultaten van de eerste en tweede interimanalyse van deze studie lieten zien dat T-DXd versus T-DM1 geassocieerd was met een significant betere progressievrije overleving (PFS) – de primaire uitkomstmaat – en algehele overleving (OS).1,2 De huidige analyse betreft de uitkomst na een mediane follow-up van 41 maanden.
Bevestiging
De geüpdatete resultaten van de DESTINY-Breast03-studie komen overeen met die van de interimanalyses.3,4 “Het bevestigde objectieve responspercentage was 78,9% in de T-DXd-arm (n=261) en 36,9% in de T-DM1-arm (n=263). De mediane responsduur was respectievelijk 30,5 en 17,0 maanden. De door de onderzoekers bepaalde mediane PFS was respectievelijk 29,0 en 7,2 maanden (HR 0,30; 95% BI 0,24-0,38). De PFS na 36 maanden was 45,7% met T-DXd en 12,4% met T-DM1. Daarnaast was de mediane OS respectievelijk 52,6 en 42,7 maanden (HR 0,73; 95% BI 0,56-0,94)”, aldus Erika Hamilton.
Veiligheid
Op het moment van de huidige analyse was de mediane behandelduur 18,2 maanden in de T-DXd-arm versus 6,9 maanden in de T-DM1-arm. Hamilton: “De incidentie van behandelingsgerelateerde bijwerkingen was vergelijkbaar in beide studiearmen. De meest voorkomende bijwerkingen van T-DXd waren misselijkheid (77,0%), vermoeidheid (53,3%) en braken (52,9%), terwijl dit van T-DM1 trombocytopenie (55,9%), verhoging van de concentratie transaminase (47,5%) en vermoeidheid (35,2) waren. Behandelingsgerelateerde bijwerkingen van graad 3 of hoger kwamen voor bij 48,6% van de patiënten in de T-DXd-arm versus 42,5% van de patiënten in de T-DM1-arm.” Bij respectievelijk 22,6% en 7,3% van de patiënten werd de behandeling gestopt wegens behandelingsgerelateerde bijwerkingen.
Referenties
1. Cortés J, et al. N Engl J Med 2022;386:1143-54.
2. Hurvitz SA, et al. Lancet 2023;401:105-17.
3. Hamilton EP, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl_16): abstr 1025.
4. Cortés J, et al. Nature Med 2024. https://doi.org/10.1038/s41591-024-03021-7
Dr. Robbert van der Voort, medical writer