De toevoeging van panitumumab aan onderhoudsbehandeling met 5-fluorouracil/folinezuur is geassocieerd met een significant beter progressievrije overleving bij patiënten met gemetastaseerd colorectaal carcinoom. De time to failure of strategy na deze onderhoudsbehandeling en een re-inductiebehandeling met FOLFOX plus panitumumab was echter vergelijkbaar in beide groepen. Deze resultaten van de PanaMa-studie werden tijdens de 2024 ASCO Annual Meeting gepresenteerd door prof. dr. Dominik Modest (Berlijn, Duitsland).
In de gerandomiseerde fase 2-PanaMa-studie wordt de uitkomst onderzocht van onderhoudsbehandeling met 5-fluorouracil/folinezuur (FU/FA) met of zonder panitumumab bij patiënten met RAS-wildtype, gemetastaseerd colorectaal carcinoom die daarvóór een inductiebehandeling met zes cycli FOLFOX plus panitumumab kregen. Patiënten met progressieve ziekte tijdens of na de onderhoudsbehandeling kregen re-inductietherapie met FOLFOX plus panitumumab aangeboden. De primaire uitkomstmaat is de progressievrije overleving (PFS) tijdens de onderhoudsbehandeling.
Vergelijkbare TFS
Uit de resultaten blijkt dat de toevoeging van panitumumab aan FU/FA geassocieerd was met een significant betere PFS.1 “De mediane PFS was 8,8 maanden met panitumumab plus FU/FA (n=125) en 5,8 maanden met FU/FA alleen (n=123; HR 0,73; 95% BI 0,56-0,94; p=0,015). De PFS tijdens de re-inductiebehandeling liet echter een omgekeerd beeld zien. De mediane PFS tijdens deze behandeling was 4,1 maanden bij patiënten die eerder waren behandeld met panitumumab (n=50) en 7,4 maanden in de controlegroep (n=78; HR 1,93; 95% BI 1,33-2,82; p<0,001). Als beide uitkomstmaten werden samengenomen in de time to failure of strategy (TFS) bleek de uitkomst vergelijkbaar in beide groepen. De mediane TFS was 17,1 maanden in de panitumumab-plus-FU/FA-groep en 15,7 maanden in de controlegroep (HR 0,98; 95% BI 0,68-1,42; p=0,92)”, vertelde Dominik Modest. De mediane algehele overleving was 29,9 maanden in de panitumab-arm en 24,7 maanden in de controlearm (HR 0,85; 95% BI 0,64-1,12; p=0,24). Geen van de geanalyseerde subgroepen had significant baat bij de toevoeging van panitumumab aan FU/FA.
Toxiciteit
Tijdens de onderhoudsbehandeling was de toevoeging van panitumumab aan FU/FA geassocieerd met een hogere incidentie van bijwerkingen die leidden tot dosisreducties (33,6% in de panitumumab-arm versus 7,3% in de controlearm) of stopzetting van de behandeling (15,2 versus 1,6%). Modest: “Ook was panitumumab geassocieerd met een hogere incidentie van bijwerkingen van graad 3 of hoger (60,8 versus 30,9%). Tijdens de re-inductiefase was deze incidentie echter hoger in de groep patiënten die eerder werden behandeld met panitumumab plus FU/FA dan in de controlegroep (52,6 versus 40,0%) en was ook het aantal patiënten bij wie de behandeling definitief werd gestopt groter (14,1 versus 10,0%).”
Referentie
1. Modest DP, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl_16): abstr 3506.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer