Consolidatie met ALK-gerichte therapie verbetert de progressievrije overleving van patiënten met niet-resectabel, stadium III, ALK+ niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) ten opzichte van durvalumab of observatie. Dat blijkt uit de resultaten van een retrospectieve studie die dr. Ritujith Jayakrishnan (New Haven, Verenigde Staten) presenteerde tijdens de 2024 ASCO Annual Meeting.
Voor patiënten met niet-resectabel stadium III-NSCLC is consolidatie met durvalumab na chemoradiatie de standaardbehandeling. Het voordeel bij ALK+ NSCLC is echter niet duidelijk. In de ALINA-studie zorgde adjuvante ALK-gerichte therapie met alectinib na resectie voor verbeterde overleving bij vroeg-stadium, ALK+ NSCLC.1 In een wereldwijde retrospectieve studie evalueerden Ritujith Jayakrishnan en collega’s de klinische bruikbaarheid van ALK-gerichte tyrosinekinaseremmers (TKI’s) vergeleken met durvalumab of observatie bij patiënten met lokaal gevorderd, ALK+ NSCLC na chemoradiatie.2
Significante verbetering PFS
Voor de studie analyseerden de onderzoekers de klinische karakteristieken en uitkomstdata van 67 patiënten met lokaal gevorderd, niet-resectabel stadium III-NSCLC met een herschikking van het ALK-gen. De patiënten werden tussen 2015 en 2022 in zeventien verschillende centra behandeld met ten minste twee doses chemoradiatie en vervolgens met een ALK-TKI (n=15), durvalumab (n=30) of observatie (n=22). In de ALK-TKI-groep kregen tien patiënten alectinib, drie crizotinib, één lorlatinib en één brigatinib.
De progressievrije overleving (PFS) was statistisch significant verschillend tussen de drie groepen. De mediane PFS werd niet bereikt in de ALK-TKI-groep, was 11,3 maanden met durvalumab en 7,2 maanden in de groep die werd geobserveerd. “De hazard ratio van ALK-TKI versus durvalumab was 0,12 (p=0,006) en de hazard ratio van ALK-TKI versus observatie was 0,04 (p=0,002)”, benadrukte Jayakrishnan.
Verschil in OS
“We zagen ook een statistisch significant verschil in algehele overleving (OS) tussen ALK-TKI en observatie (p=0,04) en tussen durvalumab en observatie (p=0,04).” Er was geen statistisch significant verschil tussen ALK-TKI en durvalumab; in beide groepen werd de mediane OS niet bereikt. In de observatiegroep was de mediane OS 70,6 maanden.
Behandelingsgerelateerde bijwerkingen kwamen voor bij acht patiënten (53%) behandeld met ALK-TKI; bij vier van hen (27%) waren deze van graad 3 of hoger. In de durvalumabgroep kregen elf patiënten (37%) behandelingsgerelateerde bijwerkingen, waarvan bij twee patiënten (7%) van graad 3 of hoger.
Jayakrishnan wees op de retrospectieve opzet en het relatief kleine aantal patiënten als beperkingen van de studie. “Met consolidatie met ALK-TKI zien we een betere real-world-PFS ten opzichte van durvalumab of observatie, een betere OS ten opzichte van observatie, en geen onverwachte toxiciteit. Consolidatie met ALK-TKI na chemoradiatie is een potentiële behandeloptie bij niet-resectabel, stadium III, ALK+ NSCLC.”
Referenties
1. Wu YL, et al. N Engl J Med 2024;390:1265-76.
2. Jayakrishnan R, et al. J Clin Oncol 2024;42(suppl 16): abstr 8013.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist